De Man die Gisteren Wist – Over voorspelling, status, en de prijs van geloofwaardigheid

De Man die Gisteren Wist - Over voorspelling, status, en de prijs van geloofwaardigheid

Voorspellen, raden of zwetsen, wie gelooft u en waarom?

Beste lezer,

U staat op het punt een tekst te lezen over mensen die doen alsof ze weten wat er gaat gebeuren, terwijl ze meestal nauwelijks begrijpen wat er gisteren gebeurde. Dat klinkt hard. Het wordt erger.

We leven in een wereld waarin de weerman eerst vijf minuten uitlegt waarom zijn voorspelling van gisteren “redelijk accuraat” was, om daarna met een serieus gezicht te vertellen wat volgende week dinsdag om 14:00 boven uw schuurtje gaat gebeuren. Alsof de atmosfeer een ambtenaar is die netjes formulieren invult.

Intussen vertrouwen we economen met recessies, artsen met prognoses, politici met de toekomst van landen, en influencers met mentale gezondheid omdat ze een ringlamp en een zelfverzekerde blik bezitten. De moderne mens noemt dat expertise. De Romeinen noemden het waarschijnlijk theater, maar die hadden tenminste nog gevoel voor decor.

Dit essay gaat niet over kwaadaardige complotten. Helaas niet. Dat zou overzichtelijk zijn. Het gaat over iets veel ongemakkelijkers:
normale mensen,
normale instituties,
normale hersenen,
die allemaal gebouwd zijn om onzekerheid te reduceren tegen minimale energiekosten.

Uw brein wil geen waarheid.
Uw brein wil rust.

En rust krijg je sneller van iemand die zegt:
“Ik weet het zeker.”
dan van iemand die zegt:
“Het is ingewikkeld en waarschijnlijk grotendeels onvoorspelbaar.”

Dus volgen we de man met de stropdas.
De expert met de grafiek.
De coach met de podcast.
De politicus met de ferme taal.
En soms zelfs de dieetgoeroe die eruitziet alsof hij ‘s nachts stiekem cake eet boven de gootsteen.

Mocht u tijdens het lezen het gevoel krijgen dat ook ú voortdurend voorspelt, rationaliseert, status verdedigt en achteraf betekenis plakt op biologische impulsen:
gefeliciteerd.
Dat heet mens-zijn.

Round and round and round it goes.

Met vriendelijke groet,

Peter Koopman

Bezoek ook onze sites:

De Man die Gisteren Wist

Over voorspelling, status, en de prijs van geloofwaardigheid

Peter Koopman

Het ritueel

Elke avond op de televisie staat een man met een stropdas voor een kaart van Nederland en vertelt u wat het weer was. Niet wat het wordt. Wat het was. Hij begint met gisteren. Een paar tienden boven het langjarig gemiddelde, een onverwachte bui boven Friesland, en dan een grafiek waarin u kunt zien dat hij het ongeveer goed had voorspeld. Pas daarna komt de echte voorspelling. Eerst het bewijs dat u hem moet geloven. Dan de claim die u moet geloven.

Dit is een ritueel. Geen informatie. De minuut over gisteren bevat geen enkele kennis die u helpt om morgen te plannen. Hij is er om iets anders te doen. Hij is er om u eraan te herinneren dat de man met de stropdas weet wat hij doet, dat de organisatie achter hem competent is, en dat u uw paraplu in vertrouwen kunt thuislaten of meenemen op zijn gezag. Het is geen weerbericht. Het is een geloofwaardigheidsvertoning.

En het werkt. Want u kijkt morgen weer.

Wat het brein eigenlijk doet

Voor we doorgaan moet één ding op tafel. Uw brein is geen waarnemingsorgaan. Het is een voorspellingsmachine. Karl Friston en Andy Clark hebben de afgelopen twintig jaar een hoop papier vol geschreven om dat punt te maken, en het komt hierop neer: u ziet niet wat er is, u ziet wat uw brein verwachtte te gaan zien, gecorrigeerd waar de afwijking te groot werd om te negeren. Lisa Feldman Barrett laat zien dat zelfs uw emoties zo werken. U voelt geen woede. U voorspelt woede en plakt er achteraf het label op.

Dat klinkt vervreemdend. Het is gewoon zuinig. Een organisme dat alles in real time moet verwerken, valt om van uitputting voor het in de buurt komt van een paringskans. Voorspelling is goedkoper dan waarneming. Vooroordeel is goedkoper dan onderzoek. Geloven is goedkoper dan denken. De evolutie heeft de calorieën geteld en geconcludeerd dat een organisme dat gokt en achteraf zijn gok rationaliseert, langer leeft dan een organisme dat alles eerlijk wil weten.

Dat is het organisme. U bent dat. Ik ben dat. Niemand uitgezonderd.

Het brein optimaliseert niet voor waarheid. Het optimaliseert voor lage stofwisselingskosten.

Waar voorspelling kapotgaat

Op grote schaal werkt het. De atmosfeer laat zich met vloeistofdynamica vangen, drukgebieden gedragen zich beleefd, een week vooruit lukt redelijk. Maar Edward Lorenz toonde in 1963 aan, met een computermodel dat per ongeluk een afgeronde startwaarde kreeg, dat kleinschalige systemen principieel niet voorspelbaar zijn. Niet door gebrek aan rekenkracht. Door de wiskundige aard van het systeem zelf. Vandaar de vlinder uit Brazilië die de tornado in Texas veroorzaakt. Geen poëzie, gewoon chaos-theorie.

Dat betekent: of het vanmiddag boven uw tuin regent, weet niemand. Niemand. Niet de man met de stropdas. Niet het KNMI. Niet uw weer-app met zijn kleine wolkjes per uur. Het wolkje van twee uur is een statistische gok die net zo goed door een muntje gemaakt had kunnen worden. Maar het wolkje wordt u getoond, want een leeg vakje verkoopt geen abonnement. De app moet doen alsof zij weet wat zij niet kan weten, anders verliest zij u aan een concurrent die net zo hard liegt maar er beter uitziet.

Hetzelfde geldt voor uw arts en zijn prognose. Voor uw econoom en zijn voorspelling. Voor de politicoloog die u uitlegt wat er volgend jaar in het Midden-Oosten gaat gebeuren. Allemaal mensen die statistiek over groepen verkopen als kennis over u. En allemaal mensen die heel goed weten dat als ze dat eerlijk zouden zeggen, de microfoon naar de volgende gaat.

De voorspeller die nooit gelijk had

Philip Tetlock heeft twintig jaar lang systematisch bijgehouden hoe goed politieke experts dingen voorspellen. Tweehonderdvierentachtig deskundigen, achtentwintigduizend voorspellingen, allemaal vergeleken met wat er feitelijk gebeurde. De uitkomst, in 2005 gepubliceerd in een boek dat geen vriend in Washington overhield: de gemiddelde expert presteert ongeveer net zo goed als een muntje. Erger nog, hoe bekender de expert, hoe slechter hij voorspelt.

Waarom? Omdat bekendheid komt van stelligheid. En stelligheid is ruis. De expert die op tv zegt “het is ingewikkeld, het kan vele kanten op, ik schat zestig procent kans op A en veertig op B en ik kan ernaast zitten” wordt nooit meer uitgenodigd. De expert die zegt “het gaat absoluut zo aflopen, vertrouw mij, ik weet hoe deze mensen denken” krijgt een vaste rubriek. Het systeem selecteert niet op accuratesse. Het selecteert op overtuigend optreden.

Dat is geen morele tekortkoming van de tv-redactie. Dat is u. U schakelt over. U vindt twijfelaars saai. U wilt een man met een stropdas die zegt dat hij het weet. En de markt levert.

De voorspeller die zegt “ik weet het niet” verliest zijn publiek aan degene die zegt “ik weet het wel”. Eerlijkheid wordt economisch afgestraft.

De wetenschap die zichzelf bevestigt

Francis Bacon zag het in 1620 al, in een Latijnse tekst die niemand meer leest behalve filosofen die geen vrienden hebben. Het verstand omarmt een opvatting en sleept al het overige mee. Bewijs dat past wordt zwaar gewogen, bewijs dat niet past wordt licht gewogen, en bewijs dat echt niet past wordt domweg niet gezien. Vier eeuwen later heet het confirmation bias en het is geen persoonlijke zwakte. Het is structuur.

John Ioannidis schreef in 2005 een artikel met de bescheiden titel “Why Most Published Research Findings Are False”. Zijn punt was niet dat onderzoekers liegen. Zijn punt was dat het systeem op bevestiging selecteert. Positieve resultaten worden gepubliceerd, negatieve verdwijnen in de la. Hypotheses worden achteraf aangepast aan de gevonden data. P-waardes worden gemasseerd tot ze net onder de magische 0,05 zakken. Toen in 2015 honderd toptijdschriftstudies uit de psychologie werden herhaald, kwam ongeveer een derde door de test. De rest was lucht.

Dit is geen complot. Dit is wat er gebeurt als u een instituut bouwt dat onderzoekers afrekent op publicaties en publicaties afrekent op nieuwheid. De wetenschapper die volgend jaar tenure wil, kan zich geen nul-resultaat veroorloven. Dus produceert hij een ster. Het organisme aan zijn computer. De evolutie van de academische omgeving. Lage stofwisselingskosten.

De cel waarin de verkeerde zat

In 2000 werd in een park bij Schiedam een meisje verkracht en haar vriendje gewurgd. De politie pakte een vrijwilliger op die het lichaam had gevonden, Kees Borsboom. Hij bekende onder druk en kreeg achttien jaar. Twee jaar later bekende een andere man, Wik H., het misdrijf bij zijn arrestatie voor iets anders. Het rechercheteam negeerde hem. Want zij hadden hun verhaal al. Het paste niet.

Pas in 2004, na een DNA-match die niet meer te negeren was, kwam Borsboom vrij. De Posthumus-evaluatie noemde het bij naam: tunnelvisie. Vier jaar van iemands leven gestolen omdat een groep mensen vasthield aan een verhaal dat ze al hadden gekozen. Geen kwade wil. Geen complot. Een organisme dat vasthoudt aan zijn voorspelling, zelfs als de werkelijkheid ernaast staat te zwaaien.

Itiel Dror deed in 2006 een experiment dat u rustig kunt laten bezinken. Hij gaf forensische vingerafdrukexperts dezelfde vingerafdrukken die ze jaren eerder met een match hadden afgesloten, nu met de suggestie dat het de verkeerde verdachte was. Vier op de vijf veranderden hun oordeel. Hetzelfde bewijs. Andere verwachting. Andere uitkomst. Dit zijn dus de mensen die in rechtszalen onder ede vertellen welke vinger op welk wapen lag.

Slaap lekker.

Wie betaalt

De voorspeller verkoopt geen kennis. Hij verkoopt de illusie van een verteller in een verhaal dat geen plot heeft. Hij krijgt daarvoor uw aandacht, uw status, soms uw stem. U krijgt daarvoor energiebesparing. Het organisme aan beide kanten van het scherm doet wat het is gebouwd om te doen. Niemand wint. Niemand verliest, totdat het misgaat, en dan verliest meestal iemand anders dan de voorspeller. De patiënt. De verdachte. De kiezer.

Dat is de echte cynische kern. Het systeem werkt niet ondanks zijn fouten. Het werkt dankzij die fouten, voor degenen die de microfoon vasthouden. Wie eerlijk is, verliest. Wie stellig liegt en het achteraf goed vertelt, wint. Het organisme dat luistert vraagt niet om correctie. Het vraagt om geruststelling. En de markt levert wat de markt vraagt, ook als wat ze vraagt onzin is.

U kunt hier niets aan doen. Niet omdat u dom bent. Omdat u biologisch gebouwd bent voor lage rekenkosten. U kunt zich er wel bewust van zijn. Dat is geen oplossing. Dat is hooguit een kleine vertraging tussen prikkel en reactie, een fractie ruimte waarin u nog kunt vragen: weet die man het echt, of weet hij alleen heel overtuigend iets dat klinkt alsof hij het weet?

Vraag het uw arts de volgende keer. Vraag het uw econoom. Vraag het de man met de stropdas. Vraag het uzelf, vooral wanneer u zeker bent.

Wie zegt dat hij het weet, weet meestal alleen dat hij u ervan moet overtuigen dat hij het weet. De rest is theater met een grafiek.

Slot

Niets van dit alles is nieuw. Bacon zag het in 1620. Lorenz in 1963. Tetlock heeft het gemeten. Ioannidis heeft het uitgerekend. Dror heeft het laten zien. En toch verandert er niets. Want het systeem dat ervan profiteert, is het systeem dat ons informeert, en het organisme dat het slikt is het organisme dat we zijn.

De man met de stropdas opent vanavond weer met gisteren.

U kijkt weer.

Round and round and round it goes. When it stops, nobody knows.

Literatuur

Bacon, F. (1620/2000). Novum Organum. Cambridge University Press.

Barrett, L.F. (2017). How Emotions Are Made. Houghton Mifflin Harcourt.

Clark, A. (2016). Surfing Uncertainty. Oxford University Press.

Dror, I.E., Charlton, D. & Péron, A.E. (2006). Contextual information renders experts vulnerable to making erroneous identifications. Forensic Science International, 156(1), 74–78.

Friston, K. (2010). The free-energy principle: a unified brain theory? Nature Reviews Neuroscience, 11(2), 127–138.

Ioannidis, J.P.A. (2005). Why most published research findings are false. PLoS Medicine, 2(8), e124.

Lorenz, E.N. (1963). Deterministic nonperiodic flow. Journal of the Atmospheric Sciences, 20(2), 130–141.

Open Science Collaboration (2015). Estimating the reproducibility of psychological science. Science, 349(6251), aac4716.

Posthumus, F. (2005). Evaluatieonderzoek in de Schiedammer Parkmoord. Openbaar Ministerie.

Tetlock, P.E. (2005). Expert Political Judgment. Princeton University Press.

Ook interessant voor jou!