Beste lezer,
Dit hoofdstuk gaat niet over gezondheid verbeteren.
Het gaat over gezondheid ontmaskeren.
De afgelopen decennia is gezondheid ongemerkt veranderd van een fysiologische toestand in een morele maatlat. Wie gezond is, deugt. Wie dat niet is, heeft iets uit te leggen. Liefst met leefstijl, discipline en dankbaarheid.
Dat noemen we zorg.
In werkelijkheid is het gedragsregulatie met een stethoscoop.
In sport, onderwijs en beleid zien we hetzelfde patroon: meten wordt normeren, preventie wordt plicht, verantwoordelijkheid wordt schuld. Context verdwijnt, karakter verschijnt. Het lichaam wordt een project. Afwijking een falen.
Dit hoofdstuk vraagt u niet om gezonder te leven.
Het vraagt u iets moeilijkers:
te erkennen dat “gezondheid” steeds vaker wordt gebruikt als moreel alibi voor selectie, uitsluiting en bestuurlijke luiheid.
Leest u het vooral niet als u gerustgesteld wilt worden.
Wel als u wilt begrijpen waarom goedbedoelde zorg zo vaak eindigt als stille dwang.
Met ongemakkelijke groet,
Peter Koopman
De Grote Ficties
GEZONDHEID ALS MORELE FICTIE
Hoe een fysiologische toestand veranderde in een deugd, een plicht en een selectiemechanisme
Van beschrijving naar veroordeling
Gezondheid was ooit een beschrijvende toestand: een momentane staat van functioneren binnen biologische grenzen. Niets meer. Niets minder.
In de loop van de late twintigste eeuw is gezondheid echter van status veranderd. Niet geleidelijk, maar sluipend. Van is naar zou moeten zijn. Van constatering naar norm. Van fysiologie naar moraal.
En zoals altijd wanneer een norm zich vermomt als neutraliteit, volgt macht.
Gezondheid werd:
- een maatstaf voor deugd
- een bewijs van verantwoordelijkheid
- een legitimatie voor ingrijpen
- een rechtvaardiging voor uitsluiting
De zieke werd geen mens met een beperking, maar een moreel tekort.
Niet fit? Dan heb je iets uit te leggen.
De morele herverpakking van statistiek
Het moderne gezondheidsdiscours is dol op cijfers. BMI’s, stappen, bloedwaarden, risico-indexen. De illusie is dat meten gelijkstaat aan weten. En weten aan waarheid.
Maar statistiek beschrijft populaties, geen individuen. Zodra populatiegemiddelden worden opgevoerd als persoonlijke normen, verandert wetenschap in catechismus.
Hier gebeurt iets fundamenteels verkeerd:
- “normaal” wordt gelijkgesteld aan “juist”
- “afwijkend” aan “ongewenst”
- “risico” aan “schuld”
Wat statistisch gemiddeld is, wordt moreel wenselijk. En wie daarbuiten valt, valt niet zomaar buiten de curve, maar buiten de gemeenschap.
Gezondheid als biopolitiek instrument
Zodra gezondheid moreel wordt, wordt zij bestuurbaar.
En zodra zij bestuurbaar wordt, wordt zij politiek inzetbaar.
Dit is klassieke biopolitiek:
het reguleren van populaties via lichamen, gedrag en leefstijl, terwijl men beweert slechts “zorgzaam” te handelen.
Preventie speelt hierin de hoofdrol. Preventie klinkt vriendelijk, vooruitstrevend, rationeel. In werkelijkheid is het vaak geïnstitutionaliseerde achterdocht.
De logica is simpel:
- Alles is potentieel ziekte
- Elk lichaam is een risico
- Elke burger is een project in wording
De toekomst wordt een permanente dreiging, het heden een inspectieruimte.
Neoliberale alchemie: van context naar karakter
Misschien de meest perverse draai: gezondheid als individuele verantwoordelijkheid.
Armoede, stress, ploegendiensten, slechte huisvesting, sociale druk, chronische onzekerheid — ze verdwijnen elegant uit beeld. Wat overblijft is het individu dat “keuzes” maakt.
Niet gezond?
Dan heb je:
- verkeerd gegeten
- te weinig bewogen
- slecht gepland
- onvoldoende geïnvesteerd in jezelf
Het lichaam wordt een cv. Gezondheid een prestatie-indicator. Ziekte een persoonlijk falen.
Dat is geen zorg. Dat is boekhouding.
Sport als moreel uithangbord
Nergens wordt deze fictie zo schaamteloos opgevoerd als in sport en bewegen.
Sport is niet langer:
- spel
- expressie
- strijd
- selectie
Maar voorbeeldgedrag.
De sporter wordt moreel model: gedisciplineerd, doelgericht, zelfsturend. Zijn lichaam dient als reclamezuil voor het gezondheidsideaal. Wie niet mee kan, wordt aangespoord. Wie niet wil, verdacht gemaakt.
“Bewegen is goed voor je” is allang niet meer descriptief. Het is een ethische opdracht.
En zoals elke opdracht:
- kent zij falen
- produceert zij schuld
- legitimeert zij uitsluiting
De reductie van het mensbeeld
Het uiteindelijke offer is het mensbeeld zelf.
De mens wordt:
- gereduceerd tot optimaliseerbaar systeem
- beoordeeld op functionaliteit
- gewaardeerd op output
- gecorrigeerd bij afwijking
Kwetsbaarheid verdwijnt uit het vocabulaire, behalve als defect. Grenzen zijn geen realiteit meer, maar weerstand tegen vooruitgang.
Maar een organisme is geen project.
En leven is geen optimalisatietaak.
Tegenvoorstel: functioneren zonder verlossingsleer
Dit hoofdstuk pleit niet tegen zorg, geneeskunde of kennis. Het pleit tegen gezondheid als morele verlossingsleer.
Een robuuster mensbeeld erkent:
- variatie boven norm
- functioneren boven perfectie
- context boven karakter
- eindigheid boven illusie
Gezondheid is geen plicht.
Het is een fluctuerende toestand binnen een vijandige werkelijkheid.
Wie dat niet verdraagt, zoekt geen gezondheid, maar zingeving in controle.
Slot
Gezondheid is het nieuwe fatsoen.
En zoals altijd bij fatsoen:
het zegt meer over wie oordeelt dan over wie faalt.
