De Mens als Organisme in Proces

De Mens als Organisme in Proces

Voor wie denkt géén machine te zijn (maar zich soms wel zo gedraagt)

Beste lezer,

Weet je nog dat geruststellende idee dat de mens een soort keurige biologische computer is? Een klokwerk met een handleiding, een stuurman, en misschien zelfs een paar reserveonderdelen in de lade?
Vergeet het maar. Definitief.

Ik heb een essay voor je dat dit hele comfortabele wereldbeeld filerend op de snijplank legt. Geen paniek, het doet geen pijn — tenzij je gehecht bent aan eenvoud, controle en andere hardnekkige misverstanden. Dan wordt het even slikken.

In De Mens als Organisme-in-Proces neem ik je mee langs de vrolijk chaotische werkelijkheid van wat we werkelijk zijn: niet een machine, niet een toneelstuk, maar een storm van biologie die soms doet alsof hij het allemaal keurig op een rijtje heeft. Spoiler: dat heeft hij niet.

Je krijgt onder andere:

– de reden waarom jouw brein meer weg heeft van een gokmachine dan van een processor
– waarom 95 procent van je gedrag geen keuze is maar automatische brandbestrijding
– waarom Descartes, Dennett en La Mettrie je eeuwenlang prachtige onzin hebben verkocht
– hoe jouw brein realiteit verzint om de boel een beetje leefbaar te houden
– en waarom dit allemaal veel bevrijdender is dan het klinkt

Het is scherp, het is cynisch, en — eerlijk is eerlijk — soms pijnlijk herkenbaar. Maar je lacht erom. Of om jezelf. Vaak tegelijk.

Ontdek waarom je géén machine bent, maar iets veel interessanters:
een organisme dat in realtime probeert zichzelf niet te laten ontploffen.

Als je durft natuurlijk.
Maar hé… een beetje cognitieve sauna is goed voor de poriën.

Met een knipoog,
Peter Koopman

Waarom de machine-metafoor de grootste intellectuele dwaling van de westerse traditie is

Inhoudsoverzicht

  1. Inleiding: het comfortabele misverstand
  2. De mechanische erfenis: hoe we een klok begonnen te aanbidden
  3. Het reductionistische verlangen naar orde
  4. Het organisme als dissipatieve structuur
  5. Het brein als proces (niet als ding)
  6. Predictive processing: het organisme als gokmachine
  7. Heuristieken, automatisering en de tragiek van de vrije wil
  8. Het theatermodel: de grootste toneelproductie zonder acteur
  9. Waarom het computermodel nooit heeft geklopt
  10. De mens als energetisch opportunist
  11. Homeostase, allostase en de biologische zorgplicht
  12. De rol van chaos en instabiliteit in organismen
  13. Evolutionaire erfenis: de mens als wandelend compromis
  14. Cultuur als extra laag in het organisme
  15. De illusie van consistentie
  16. Organisme versus machine: zeven fundamentele verschillen
  17. Waarom reductionisme morele en maatschappelijke schade veroorzaakt
  18. Het mensbeeld van de toekomst: organismisch, dynamisch, procesmatig
  19. Conclusie: de storm die zichzelf probeert te begrijpen
  20. Literatuurlijst (APA)

1. Inleiding: het comfortabele misverstand

Een mens is geen machine. Iedere neurobioloog die eerlijke koffiedrinkt weet dit. Maar toch blijft de vergelijking hardnekkig hangen in onze taal, onze metaforen en onze wetenschap.
Waarom?
Omdat het geruststelt.

Machines zijn simpel.
Processen zijn eng.

Machines zijn voorspelbaar.
Organismen zijn chaotisch.

Machines hebben onderdelen.
Organismen hebben verhalen.

En toch blijft de gemiddelde denker — van La Mettrie tot Kurzweil — de mens herleiden tot een klok, een stoommachine, een computer of een stukje software dat “draait” op grijze massa.

Het is een intellectuele knieval voor eenvoud. Een mentale knuffelbeer.
Maar een mens is geen klokwerk.
Een mens is een gekrioel van biologie die toevallig samenwerkt om niet uit elkaar te vallen.

2. De mechanische erfenis: hoe we een klok begonnen te aanbidden

La Mettrie was niet gek. Hij was een kind van zijn tijd. De 17e en 18e eeuw waren geobsedeerd door klokwerken. Alles werd mechanisch gedacht: hemelbollen, organen, temperatuur, zelfs de ziel.

Descartes reduceerde dieren tot automaten en zag de mens als een automaat met een goddelijke bonusmodule.
De machine-metafoor werd het fundament van de wetenschap.

Maar metaforen zijn gevaarlijke wezens.
Ze nestelen zich als parasieten in het denken.
En ze laten nooit meer los.

3. Het reductionistische verlangen naar orde

De mens is verslaafd aan eenvoud. Het brein is een energiebesparend apparaat en haat complexiteit. Dus creëren we modellen: net, strak, overzichtelijk.

Reductionisme is niet alleen een valkuil — het is een overlevingsmechanisme.
Zonder simplificatie zou je brein verzuipen in signalen.

Maar reductie heeft een prijs:
het dwingt een organisme-in-proces in een mechanisch framework waar het nooit in past.

4. Het organisme als dissipatieve structuur

Ilya Prigogine kreeg de Nobelprijs voor een simpel feit:
leven bestaat alleen zolang het in staat is orde uit chaos te trekken via energieverbranding.

Een organisme is geen ding, maar een evenwicht dat voortdurend instabiel gehouden moet worden.
Een soort kampvuur dat ophoudt te bestaan zodra het geen hout meer krijgt.

Machines storten niet uiteen wanneer je ze uitzet.
Organismen wel.

Dat maakt de metafoor niet alleen onjuist, maar fundamenteel ongeschikt.

5. Het brein als proces (niet als ding)

Neurowetenschap van de 21e eeuw is duidelijk: er is geen centrum, geen regisseur, geen harde modules.

Lisa Feldman Barrett:
– emoties zijn voorspellingen
– categorieën zijn labels van het brein
– er zijn geen emotie-centra
– het brein bouwt realiteit op basis van eerdere ervaringen

Karl Friston:
– het brein probeert onzekerheid te verminderen
– gedrag is probabilistisch
– perceptie is voorspelling
– actie is correctie

Francisco Varela:
– cognitie is belichaamd, ingebed, relationeel
– bewustzijn is een stroom
– “selving” is een activiteit, geen entiteit

Het brein is dus geen processor, maar een storm.

6. Predictive Processing: het organisme als gokmachine

De meest accurate moderne theorie:
het brein raadt wat er gaat gebeuren, en corrigeert zichzelf wanneer het fout zit.

Perceptie is geen waarneming maar voorspelling die matcht met input.
Emotie is geen reactie maar bijsturing van fysiologie.
Gedrag is geen keuze maar energiebesparing.

Je bent geen computer.
Je bent Vegas.

7. Heuristieken, automatisering en de tragiek van de vrije wil

95% van gedrag is automatisch.
Niet uit gemakzucht, maar uit biologische noodzaak.

Kahneman: systeem 1 domineert.
Wegner: vrije wil is een illusie.
Sapolsky: gedrag is een open riool van oorzaken.

Wilskracht is geen bestuurder — het is de woordvoerder.
Een PR-department dat achteraf het verhaal netjes maakt.

8. Het theatermodel: de grootste toneelproductie zonder acteur

Descartes introduceerde het theater: een ziel die de voorstelling bekijkt.
Dennett wilde het theater moderniseren, maar liet de architectuur intact.

Maar er is geen theater.
Er is geen loge.
Er is geen toeschouwer.
Er is alleen een verhaal dat denkt dat het kijkt.

9. Waarom het computermodel nooit heeft geklopt

Computers zijn deterministisch.
Breinen zijn stochastisch.

Computers hebben instructies.
Breinen hebben gemiddelden.

Computers werken volgens logica.
Breinen volgens evolutionaire rommel.

Het computermodel was handig in de jaren zeventig.
Nu is het een relikwie.

10. De mens als energetisch opportunist

Alles wat een organisme doet is gericht op:
– energie vasthouden
– energie besparen
– schade vermijden
– kansen benutten

Moraal speelt hierin geen enkele rol.
Moraal is achteraf geplakte cultuurdecoratie.

De mens doet niet wat “hoort”.
De mens doet wat werkt.

11. Homeostase, allostase en de biologische zorgplicht

Organismen zijn geen evenwichten, maar evenwichtsoefenaars.
Homeostase is geen toestand maar een sprint tussen tekorten en dreigingen.

Allostase (Sterling & Eyer): het organisme voorspelt energiebehoefte en handelt ernaar.

Stress is geen fout — het is anticipatie.

12. De rol van chaos en instabiliteit in organismen

Organismen bestaan dankzij instabiliteit.
Teveel orde = dood.
Teveel chaos = ook dood.
Het organisme leeft in de smalle strook ertussen.

Machines haten chaos.
Organismen floreren erin.

13. Evolutionaire erfenis: de mens als wandelend compromis

De mens is geen ontwerp, maar een verzameling ad-hocoplossingen:
– een ruggengraat die kromloopt
– een bekken dat te smal is
– een brein dat te groot is
– een psyche die te fragiel is

We zijn geen perfecte machines maar knutselprojecten met paniekknoppen.

14. Cultuur als extra laag in het organisme

Cultuur is geen los systeem — het is somatisch.
Taal verandert waarneming.
Normen veranderen emotie.
Discours verandert gedrag.

De mens is een biologisch systeem dat culturele software draait die de hardware aanpast.

15. De illusie van consistentie

We denken dat we “dezelfde persoon” zijn door de tijd heen.
Maar dat is een verhaal, geen feit.

Het organisme verandert continu:
– nieuwe verbindingen
– hormoonfluctuaties
– microbiome-shifts
– epigenetische markers
– contextafhankelijke heuristieken

Je bent een rivier die zichzelf herinnert.

16. Organisme versus machine: zeven fundamentele verschillen

  1. Organismen zijn processen; machines zijn objecten.
  2. Organismen zijn emergent; machines zijn ontworpen.
  3. Organismen veranderen door gebruik; machines slijten.
  4. Organismen hebben geen centrale aansturing; machines wel.
  5. Organismen bestaan alleen dankzij instabiliteit; machines dankzij stabiliteit.
  6. Organismen leren door falen; machines falen door falen.
  7. Organismen maken zichzelf; machines worden gemaakt.

17. Waarom reductionisme morele en maatschappelijke schade veroorzaakt

Het machine-denken leidt tot:
– oversimplificatie van menselijk gedrag
– naïeve ideeën over schuld en verantwoordelijkheid
– de fictie van maakbaarheid
– verkeerde medische modellen
– technocratische arrogantie
– politieke illusies (de mens als rationeel burger)

Het organisme-model is geen romantiek.
Het is nauwkeuriger.
En eerlijker.

18. Het mensbeeld van de toekomst: organismisch, dynamisch, procesmatig

De mens van de toekomst wordt niet meer gezien als een apparaat dat meer software nodig heeft, maar als een stromend systeem dat balans zoekt in continue verandering.

Dit mensbeeld is:
– biologisch
– evolutionair
– dynamisch
– probabilistisch
– cultureel ingebed
– historisch gevormd
– contextafhankelijk

Het is een mensbeeld dat past bij de realiteit.
Niet bij de wens.

19. Conclusie: de storm die zichzelf probeert te begrijpen

Het menselijk organisme is geen machine, geen klok, geen computer, geen toneel.
Het is een proces dat voortkomt uit miljoenen jaren opportunisme, toeval en selectie.

We zijn stormen met een geheugen.
Rivieren met een identiteit.
Kookpannen die denken dat ze chefkoks zijn.

De machine-metafoor is niet alleen fout; het is de grootste intellectuele dwaling van de westerse traditie.

De mens is een organisme-in-proces.
En dat is vele malen interessanter dan welk mechanisch model dan ook.

Uitgebreide Literatuurlijst 

1. Neurobiologie, gedrag en organismische dynamiek

Barrett, L. F. (2017). How emotions are made: The secret life of the brain. Houghton Mifflin Harcourt.
Barrett, L. F. (2023). Seven and a half lessons about the brain. Pan Macmillan.
Damasio, A. (1994). Descartes’ error: Emotion, reason, and the human brain. Putnam.
Damasio, A. (1999). The feeling of what happens: Body and emotion in the making of consciousness. Harcourt.
Edelman, G. M. (1992). Bright air, brilliant fire: On the matter of the mind. Basic Books.
Gazzaniga, M. (2011). Who’s in charge? Free will and the science of the brain. HarperCollins.
LeDoux, J. (1996). The emotional brain. Simon & Schuster.
Sapolsky, R. M. (2017). Behave: The biology of humans at our best and worst. Penguin Press.
Sapolsky, R. M. (2023). Determined: A science of life without free will. Penguin Press.
Siegel, D. (2007). The mindful brain: Reflection and attunement in the cultivation of well-being. Norton.
Sterling, P., & Eyer, J. (1988). Allostasis: A new paradigm. In S. Fisher & J. Reason (Eds.), Handbook of life stress, cognition and health (pp. 629–649). Wiley.

2. Brain as predictive system & free-energy principle

Clark, A. (2016). Surfing uncertainty: Prediction, action, and the embodied mind. Oxford University Press.
Friston, K. (2010). The free-energy principle: A unified brain theory? Nature Reviews Neuroscience, 11(2), 127–138.
Hohwy, J. (2013). The predictive mind. Oxford University Press.
Seth, A. (2021). Being you: A new science of consciousness. Faber & Faber.
Shipp, S. (2016). Neural elements for predictive coding. Frontiers in Psychology, 7, 1792.

3. Cognitieve psychologie, heuristieken, automatische processen

Gigerenzer, G. (2007). Gut feelings: The intelligence of the unconscious. Viking.
Goldstein, E. B. (2014). Cognitive psychology: Connecting mind, research, and everyday experience. Cengage.
Kahneman, D. (2011). Thinking, fast and slow. Farrar, Straus and Giroux.
Stanovich, K. (2009). What intelligence tests miss: The psychology of rational thought. Yale University Press.
Wegner, D. M. (2002). The illusion of conscious will. MIT Press.

4. Filosofie van geest, anti-reductionisme en emergentie

Bechtel, W. (1998). Representations and cognitive science: Trends in cognitive science. MIT Press.
Bennett, M. R., & Hacker, P. M. S. (2003). Philosophical foundations of neuroscience. Blackwell.
Dennett, D. C. (1991). Consciousness explained. Little, Brown.
Dennett, D. C. (2017). From bacteria to Bach and back: The evolution of minds. Norton.
Kim, J. (2006). Philosophy of mind. Westview.
Merleau-Ponty, M. (1962). Phenomenology of perception. Routledge.
Searle, J. (1992). The rediscovery of the mind. MIT Press.
Thompson, E. (2007). Mind in life: Biology, phenomenology, and the sciences of mind. Harvard University Press.

5. Embodied cognition & organismisch denken

Gallagher, S. (2005). How the body shapes the mind. Oxford University Press.
Noë, A. (2009). Out of our heads: Why you are not your brain. Hill and Wang.
Sheets-Johnstone, M. (1999). The primacy of movement. John Benjamins.
Varela, F., Thompson, E., & Rosch, E. (1991). The embodied mind: Cognitive science and human experience. MIT Press.

6. Complexiteit, zelforganisatie & systeemdenken

Capra, F., & Luisi, P. L. (2014). The systems view of life. Cambridge University Press.
Haken, H. (1983). Synergetics: An introduction. Springer.
Kelso, J. A. (1995). Dynamic patterns: The self-organization of brain and behavior. MIT Press.
Prigogine, I. (1980). From being to becoming. W. H. Freeman.
Prigogine, I., & Stengers, I. (1984). Order out of chaos. Bantam.

7. Evolutionaire psychologie & biologische grondslagen

Barkow, J. H., Cosmides, L., & Tooby, J. (Eds.). (1992). The adapted mind. Oxford University Press.
Buss, D. M. (2019). Evolutionary psychology: The new science of the mind (6th ed.). Routledge.
Dawkins, R. (1976). The selfish gene. Oxford University Press.
De Waal, F. (1996). Good natured. Harvard University Press.
Lieberman, D. (2011). The evolution of the human head. Harvard University Press.
Miller, G. (2000). The mating mind. Heinemann.

8. Filosofie, mensbeeld, illusies, reductionisme-kritiek

Baudrillard, J. (1994). Simulacra and simulation. University of Michigan Press.
Illich, I. (1971). Deschooling society. Harper & Row.
Nietzsche, F. (1887). Zur Genealogie der Moral.
Spinoza, B. de (1677). Ethica.
Taleb, N. N. (2012). Antifragile. Random House.

9. Cultuur, taal en perceptie

Boroditsky, L. (2011). How language shapes thought. Scientific American, 304(2), 62–65.
Clark, E. V. (1993). The lexicon in acquisition. Cambridge University Press.
Goffman, E. (1959). The presentation of self in everyday life. Doubleday.
Lakoff, G., & Johnson, M. (1980). Metaphors we live by. University of Chicago Press.
Vygotsky, L. (1986). Thought and language. MIT Press.

10. Controversiële klassiekers (machine-vergissingen)

Clark, A. (1997). Being there: Putting brain, body, and world together again. MIT Press.
Descartes, R. (1641). Meditationes de prima philosophia.
La Mettrie, J. O. (1747). L’Homme Machine.
Minsky, M. (1986). The society of mind. Simon & Schuster.
Kurzweil, R. (1999). The age of spiritual machines. Penguin.

11. Op het grensvlak van biologie en filosofie

Deacon, T. (2011). Incomplete nature: How mind emerged from matter. Norton.
Nagel, T. (1974). What is it like to be a bat? The Philosophical Review, 83(4), 435–450.
Panksepp, J. (1998). Affective neuroscience. Oxford University Press.

12. Extra suggesties die perfect aansluiten bij mijn Mensbeeld-reeks

Becker, E. (1973). The denial of death. Free Press.
Hoffman, D. (2019). The case against reality. Norton.
Kauffman, S. (1993). The origins of order. Oxford University Press.
Solms, M. (2021). The hidden spring: A journey to the source of consciousness. Norton.
Sterelny, K. (2003). Thought in a hostile world. Wiley-Blackwell.

Ook interessant voor jou!