De mens als jager op belofte

De mens als jager op belofte

Over verlangen, illusie en de cultus van het nog-niet

De mens leeft van wat hij nog niet heeft

Beste lezer,

Wat houdt de mens in beweging? Niet waarheid, niet rede, maar het bijna. We leven op de rand van vervulling, in een permanente staat van voorspel. Zodra iets werkelijkheid wordt, verliezen we onze interesse — alsof het brein zelf een hekel heeft aan voltooiing.

In “De mens als jager op belofte” onderzoek ik waarom we liever verlangen dan bezitten, liever hopen dan weten. Lacan, Nietzsche en Foucault kijken mee over de schouder van het dier dat we zijn: een organisme dat leeft van illusie en sterft aan realiteit.

Een filosofische dissectie van de mens als eeuwige jager op betekenis — elegant zelfbedrog, evolutionair perfect uitgevoerd.
Lees het gerust. Maar verwacht niet dat u daarna nog met onschuldige ogen naar uw verlangens kunt kijken.

Met milde spot en vriendelijke groet,
Peter Koopman

Over verlangen, illusie en de cultus van het nog-niet

Als het waar is dat het brein leeft van verwachting, dan is de mens in essentie een jager op illusie. Hij wil geen werkelijkheid – hij wil iets dat bijna werkelijkheid is. Iets wat zijn verlangen wakker houdt. Lingerie is daarvan slechts een esthetische metafoor: een zorgvuldig gedoseerde onvoltooidheid. De sluier die meer prikkelt dan de naakte waarheid eronder.

De Franse psychoanalyticus Jacques Lacan zei het al: “Het verlangen van de mens is het verlangen van de ander.” Daarmee bedoelde hij dat het verlangen nooit op het object zelf gericht is, maar op de betekenis die eraan wordt toegekend. Zodra het object is verkregen, verdwijnt die betekenis. De jacht stopt, en met de jacht ook het verlangen. De moderne mens compenseert dat door eindeloos nieuwe objecten te creëren: een nieuwe partner, een nieuwe iPhone, een nieuw geloof, een nieuw ideaal. De cyclus van verwachting herstart, en met haar de dopamine.

Nietzsche zag in die menselijke hunkering naar verwachting een uitdrukking van de wil tot macht – niet macht over anderen, maar over het eigen tekort. De mens projecteert voortdurend toekomstbeelden om het ondraaglijke nu te kunnen verdragen. “De hoop,” schreef Nietzsche, “is de slechtste van de kwaden, omdat zij de marteling van de mens verlengt.” De belofte houdt ons op de been, maar ook gevangen in een cirkel van permanente onvoldaanheid.

Dat mechanisme is niet beperkt tot de liefde of erotiek. Het doordringt de hele cultuur. Politiek is de georganiseerde vorm van uitgestelde bevrediging. Campagnes verkopen toekomstbeelden: rechtvaardigheid, welvaart, duurzaamheid – abstracte beloften die zelden realiteit worden, maar neurobiologisch exact doen wat ze moeten doen: hoop wekken, aandacht trekken, gedrag sturen. De illusie van nabijheid van een betere wereld is voldoende om de massa te mobiliseren.

Religie doet hetzelfde, maar met een hogere inzet. De hemel is het ultieme uitgestelde orgasme: de belofte van oneindige vervulling, zorgvuldig buiten het bereik van de realiteit gehouden. Het menselijk brein, verslaafd aan verwachting, vindt daarin zijn perfecte drug: betekenis zonder bewijs.

In de consumptiemaatschappij is dit principe geperfectioneerd tot een kunstvorm. Reclame verkoopt geen producten, maar scenario’s: wie dit draagt, wordt begeerd; wie dat bezit, hoort erbij. Elk nieuw aanbod is een stukje lingerie om de realiteit van leegte te bedekken. En zodra we het product hebben, verdwijnt het effect – de dopaminecurve zakt in, en we willen het volgende. Niet omdat het vorige tegenviel, maar omdat het mechanisme simpelweg zo werkt.

Roland Barthes noemde de geliefde “een tekst die men wil lezen, maar die nooit eindigt.” In die zin is de mens niet enkel verslaafd aan verwachting, maar ook aan betekenisproductie. We willen dat dingen iets betekenen, ook als ze dat niet doen. Die drang maakt ons zowel scheppend als blind. Het is de bron van kunst, wetenschap en poëzie – maar ook van bijgeloof, ideologie en propaganda.

De kern is confronterend:
De mens wil niet weten. Hij wil hopen.
De waarheid maakt stil, en stilte is voor het brein ondraaglijk.

Byung-Chul Han beschrijft dit in De vermoeide samenleving: we leven in een permanente staat van stimulatie, omdat we niet kunnen omgaan met de leegte die volgt op vervulling. De paradox is dat vrijheid en overvloed ons niet bevrijden, maar ons dwingen steeds sneller te verlangen. De moderne mens is niet onderdrukt door de realiteit, maar door zijn eigen verwachting.

Foucault zou zeggen: de macht heeft dat mechanisme perfect begrepen. De moderne disciplinering werkt niet meer via straf, maar via verleiding: beloften van succes, van zelfontplooiing, van authenticiteit. We onderwerpen ons vrijwillig, omdat we geloven dat we iets te winnen hebben. De belofte is de kooi, en we rennen er zelf in.

Zo bezien is lingerie niet enkel erotisch, maar existentieel. Het is het symbool van de menselijke conditie: de spanning tussen onthullen en verhullen, tussen weten en hopen, tussen realiteit en verlangen. De mens leeft van wat nog niet is, omdat dat hem in beweging houdt.

De ironie is dat precies dat mechanisme – onze gave tot verwachting – ons evolutionair heeft doen overleven, maar existentieel gevangenhoudt in een eeuwige bijna-toestand. We jagen op vervulling, maar zodra we haar vinden, verliezen we haar betekenis.

De mens leeft dus niet van wat hij krijgt, maar van wat hij verwacht te krijgen.
De werkelijkheid is te plat, te stil, te voltooid.
We verkiezen de sluier boven het gezicht, het voorspel boven het orgasme, de belofte boven de waarheid.

Literatuurlijst 

·       Karl Friston – The Free Energy Principle (2010)

·       Kent C. Berridge & Terry E. Robinson – The Incentive Sensitization Theory of Addiction (1998)

·       Robert M. Sapolsky – Behave (2017)

·       Jacques Lacan – Le Séminaire, Livre XI: Les quatre concepts fondamentaux de la psychanalyse (1973)

·       Friedrich Nietzsche – Menschliches, Allzumenschliches (1878)

·       Roland Barthes – Fragments d’un discours amoureux (1977)

·       Michel Foucault – Surveiller et punir (1975)

·       Byung-Chul Han – Müdigkeitsgesellschaft (2010)

Ook interessant voor jou!