De Gedragsillusie

Waarom Sisyphus waarschijnlijk liever op de bank lag

Beste Dromer,

We doen allemaal alsof we streven — naar doelen, groei, betekenis, carrière. Maar wees eerlijk: als niemand kijkt, lig je liever op de bank, iets vettigs binnen handbereik, scherm aan, brein in sluimerstand. En precies dáár, zegt Camus, begint het absurde.

In mijn nieuwste stuk “De Gedragsillusie – Over het absurde organisme dat denkt dat het kiest” neem ik Camus, Schopenhauer en Sapolsky mee op een tocht door dat eigenaardige dier dat wij “de mens” noemen: een wezen dat denkt dat het vrij is, terwijl het slechts zijn dopamine achterna hobbelt.

Over hoe onze grootste ambities eigenlijk biologisch camouflagegedrag zijn.
Over hoe carrière, sport en liefde verklede driften zijn.
En over hoe de ware wijsheid misschien schuilt in het simpele feit dat we liever liggen dan streven.

Kortom: een filosofische reality check, met een glimlach en een mespunt ironie.

Lees het gerust liggend. Camus zou het waarderen.

Groet,
Peter Koopman

Over het absurde organisme dat denkt dat het kiest

Wanneer ik mijzelf afvraag wat het leven aangenaam genoeg maakt om te leven, blijft er weinig over. Slapen, eten, seks. Dat is het. Niet de loopbaan, niet het ideaal, niet het applaus. Enkel de rust en de bevrediging die volgen op een behoefte die even ophoudt te zeuren. Een mens die net gegeten heeft, of net klaargekomen is, of net in slaap valt, bevindt zich dichter bij verlichting dan de gemiddelde filosoof in zijn studeerkamer.

Dat klinkt karig, maar het is eenvoudigweg eerlijk. Wie de vraag van Camus serieus neemt — is het leven de moeite waard om geleefd te worden? — komt vroeg of laat tot dezelfde conclusie: de enige momenten waarop we het leven niet in twijfel trekken, zijn die waarin we het niet bewust beleven.

De biologische naaktheid

Het organisme is geen denker, maar een regeling. Een verzameling automatische correcties op verstoringen van evenwicht. We eten niet uit liefde voor gastronomie, maar omdat de glucose zakt. We slapen niet uit romantiek, maar omdat de hersenen tijdelijk onderhoud eisen. Seks is geen spirituele versmelting, maar een hormonale bevrijding van reproductiedwang.

Plezier is geen beloning, het is de stopknop van lijden. Dopamine piekt niet bij het hebben, maar bij het verwachten. Zodra het doel bereikt is, dooft de beloning. De natuur heeft een wreed maar efficiënt systeem: genoeg voldoening om door te gaan, nooit genoeg om te stoppen.

Wie zijn leven tot gedrag terugbrengt, ontdekt dat gedrag niets anders is dan het restaureren van evenwicht met minimale energie. De mens is een energiebesparende opportunist: hij beweegt alleen als de onrust groter wordt dan de luiheid.

De filosofische naaktheid

Camus noemde het “het absurde”: de botsing tussen het menselijke verlangen naar zin en het zwijgen van het universum. De mens verlangt betekenis, de wereld geeft er geen. Dat is de tragedie — en, volgens Camus, ook de vrijheid.

Maar Schopenhauer gaat een stap dieper. Voor hem is de wereld niet eens zwijgend; ze wil niet eens. Alles is wil — blind, doelloos, zinloos. De mens is geen schepper, maar een vehikel van een blinde kracht die zichzelf in stand houdt.
Wij willen niet; de wil wil ons.

Camus’ Sisyphus duwt zijn steen de berg op en glimlacht in opstand. Schopenhauer kijkt toe en zegt: de steen rolt, omdat hij rolt. De mens is de steen die denkt dat hij kiest.

De vrije wil is in dat licht de meest elegante illusie die de natuur ooit produceerde: een bewustzijn dat denkt dat het de regie voert, terwijl het slechts verslag uitbrengt van wat het lichaam allang besloten heeft.

De gedragsillusie volgens Sapolsky

Sapolsky’s werk maakt het filosofisch vermoeden biologisch hard. In Behave en Determined laat hij zien dat elke zogenaamde keuze voorafgegaan wordt door milliseconden van neurale activiteit buiten bewustzijn.
Met andere woorden: tegen de tijd dat jij besluit een appel te pakken, heeft je brein de beweging al ingezet. Jij kijkt er alleen naar en noemt het “ik”.

Wat wij gedrag noemen, is een verhalend product van het brein: een commentaarstem bij een natuurdocumentaire die allang gefilmd is. We zijn de toeschouwers van onze eigen reflexen.

Toch klampen we ons vast aan het idee van keuze, want zonder dat idee stort het ego in. Vrije wil is niet bedoeld om te bestaan, maar om het bewustzijn draaglijk te houden.

De absurde wil – van jagen naar solliciteren

De moderne mens heeft de driften van zijn voorouders herverpakt in nette kleding en noemt ze “doelen”.
Macht is de culturele variant van dominantie in de roedel.
Geld is vetreserve in symbolische vorm.
Sport is agressie zonder risico.
Carrière is de hedendaagse jacht, maar dan op statuspunten in PowerPoint.

De mens die carrière maakt, noemt zichzelf doelgericht. De hamster in zijn molentje zou zeggen: herkenbaar.
We applaudisseren voor mensen die twintig jaar lang vergaderen om een andere stoel in dezelfde ruimte te krijgen. We noemen het “leidinggeven”. Ondertussen verlangt het brein slechts naar serotonine en een horizontale positie.

De absurditeit van de wil ligt in haar vermomming.
We noemen het ambitie, maar het is onrust.
We noemen het passie, maar het is drang.
We noemen het liefde, maar het is binding tegen de angst voor alleen sterven.

Het absurde is niet dat de mens lijdt, maar dat hij zich inspant om te lijden met betekenis.

De ironie van het ‘lekker’

Wanneer de mens vrij wordt gelaten — zonder publiek, zonder oordeel — keert hij moeiteloos terug naar zijn biologische kern. Hij gaat liggen, kijkt een scherm, en duwt vettigheid naar binnen. Dat is geen zwakte, dat is homeostase.

We zijn niet ontworpen voor zingeving, maar voor vet, zout en gemak. Discipline is een culturele correctie op biologie. En het feit dat we er voortdurend in falen, toont slechts aan dat de natuur sterker is dan de moraal.

We zeggen: “Ik moet echt gezonder gaan leven.”
De natuur zegt: “Je leeft nog? Prima.”

In die zin is de moderne mens een tragikomische figuur: een dier dat zich schaamt voor zijn programmering. Hij noemt zijn luiheid een gebrek aan motivatie, terwijl het in feite de meest natuurlijke toestand is die hij kent.

Conclusie – Het dier dat denkt

Wanneer het stof van denken neerslaat, blijft er één waarheid over: het leven wil geleefd worden, niet begrepen. Alles wat we “zin” noemen, is ruis.

Misschien is de hoogste vorm van wijsheid het erkennen dat we liever chips eten dan verlicht raken.
De absurditeit is niet dat we streven, maar dat we blijven doen alsof dat streven iets anders is dan een verlengstuk van het liggen.

Camus zegt: we moeten ons Sisyphus gelukkig voorstellen.
Ik zeg: we moeten hem zien liggen, voldaan, na een bord pasta —
en hopen dat de steen nog even blijft liggen.

Aanbevolen literatuur

  • Albert Camus – Le Mythe de Sisyphe (1942)
  • Arthur Schopenhauer – Die Welt als Wille und Vorstellung (1818)
  • Robert Sapolsky – Behave (2017); Determined (2023)
  • Daniel Kahneman – Thinking, Fast and Slow (2011)
  • Thomas Metzinger – The Ego Tunnel (2009)
  • Antonio Damasio – Descartes’ Error (1994)
  • Yuval Harari – Homo Deus (2016)

Ook interessant voor jou!