De Mens Tussen Natuur en Cultuur: Waarom Absolute Systemen Altijd Wankelen

De Mens Tussen Natuur en Cultuur: Waarom Absolute Systemen Altijd Wankelen

Hoe rationeel ben jij écht?

Beste lezer,

Filosofen hebben een zwak voor kathedralen van rede. Kant bouwde er één, Mill ook, en Ayn Rand dacht: “ik doe er een glazen toren bovenop.” Mooi idee, maar evolutionair gezien heeft de mens weinig op met eeuwige wetten.

In mijn nieuwste essay neem ik je mee op een reis door de wankele wereld van natuur versus cultuur. Ontdek waarom:

·       ons brein geen waarheid zoekt, maar overleving (Damasio, Barrett, Hoffman);

·       altruïsme werkt, maar meestal alleen binnen je stam;

·       vrijheid, moraal en rede vaak slechts tijdelijke kooi-constructies zijn;

·       en waarom elke absolute theorie uiteindelijk wankelt wanneer de omgeving verandert.

Het is een vrolijk stuk. Echt. Tenminste, als je van een beetje cynisme houdt en bereid bent je morele comfortzone op te rekken.

Waarschuwing: na het lezen kijk je misschien nooit meer onbevangen naar jezelf, je buurman of de hele beschaving.

Met een glimlach,

Peter Koopman

P.S. Wie geen zin heeft in ongemakkelijke inzichten, kan natuurlijk veilig in de illusie blijven hangen. Maar dat zou zonde zijn.

De Mens Tussen Natuur en Cultuur: 

Waarom Absolute Systemen Altijd Wankelen

Inleiding
Soms lijkt het alsof filosofen een obsessie hebben met het bouwen van kathedralen van de rede: grootse, symmetrische bouwwerken die de mensheid voor eens en altijd een vaste moraal moeten geven. Kant bouwde er een, Mill ook, en Ayn Rand trok er een van staal en glas op in de vorm van haar objectivisme. En toch: wie met evolutionaire ogen kijkt, ziet iets anders. Geen kathedraal, maar een kudde die zich voortdurend verplaatst, een organisme dat improviseert, voorspelt en zich aanpast om te overleven. Waar filosofen absolute wetten willen, produceert het brein slechts bruikbare ficties.

Natuur en Cultuur: De Permanente Strijd

De mens is een product van twee tegendraadse krachten:

  • Natuur/evolutie levert ons ego, ons drifthuishouden, onze zelfzucht.
  • Cultuur dresseert ons met moraal, wet, religie – net genoeg om samen te werken zonder elkaar meteen te verscheuren.

Dit is geen harmonie, maar een pendulebeweging: te veel natuur leidt tot chaos, te veel cultuur tot verstikking. Mill probeert via het schadebeginsel een grens te trekken – een contract om “allen tegen allen” te temmen. Ayn Rand daarentegen wil het individu juist weer vrijspelen van dat culturele harnas. Maar beiden lijken te geloven dat er een stabiel evenwicht te bereiken valt. Evolutionair gezien is dat een illusie: homeostase is nooit een eindpunt, maar een voortdurend proces van bijsturen.

Rede als Overlevingskunst: Damasio, Barrett en Hoffman

Descartes dacht dat rede ons toegang gaf tot zekerheid. Damasio liet zien dat rede niet zonder emotie kan – dat gevoel en lichamelijke signalen onze beslissingen kleuren. Lisa Feldman Barrett gaat verder: ons brein anticipeert voortdurend op de toekomst (allostase) en bereidt het lichaam voor op verwachte gebeurtenissen. Donald Hoffman stelt zelfs dat onze waarneming een interface is – een gebruiksvriendelijke desktop, geen directe weergave van de werkelijkheid.

De implicatie is onontkoombaar:

De mens is geen waarheidszoeker, maar een overlevingsspecialist.

Wat wij “rationeel” noemen is een energiezuinig voorspellingsmodel, geen toegang tot een objectieve werkelijkheid. Daarmee wankelt de basis onder elke filosofie die pretendeert universele waarheden te bieden – inclusief Kant’s categorische imperatief en Rand’s objectivisme.

Rand, Mill, Kant in Vergelijking

  • Mill: probeert de strijd te kanaliseren via cultuur: vrijheid, maar met een schadebegrenzing. Effectief als tijdelijke groepsafspraak, maar niet meer dan dat. De natuur steekt vroeg of laat toch de kop op.
  • Kant: biedt een morele hemeltrap: handel alsof je maxime een universele wet kan worden. Elegant, maar evolutionair onrealistisch – wij handelen niet universeel, maar situationeel, en differentiëren scherp tussen stamgenoten en vreemden.
  • Rand: rehabiliteert de natuur: het ego is deugd, altruïsme een ketting. Inspirerend voor wie stikt in groepsdruk, maar gevaarlijk als ze haar “rationaliteit” verheft tot catechismus. Objectivisme is een nieuwe kooi, gebouwd uit staal en glas – mooi, maar nog steeds een kooi.

Een Evolutionair Nihilisme

Vanuit een biologisch perspectief zijn al deze systemen adaptieve constructies: tijdelijke oplossingen voor een specifieke context. Zodra de omgeving verandert – klimaat, economie, technologie – verschuift de moraal mee of breekt ze af. Altruïsme is nuttig binnen de stam, maar daarbuiten worden dezelfde mechanismen ingezet voor uitsluiting of oorlog. Rede is niet ons kompas naar de waarheid, maar ons gereedschap om sneller te reageren dan de roofdieren.

Conclusie

Rand, Mill en Kant zijn pogingen om een permanent frame rond de mens te zetten – om de chaos te beteugelen. Maar de mens is zelf een chaotisch, anticiperend organisme, dat zich niet laat vangen in eeuwige wetten. Er is geen eindpunt, geen definitieve moraal, slechts een permanente dans tussen drift en dresseermiddelen, tussen natuur en cultuur, tussen overleven en betekenis geven.

Stelling:
“Alle grote systemen – religieus of seculier – zijn niets meer dan tijdelijke kooi-constructies: nuttig zolang ze werken, gevaarlijk zodra we geloven dat ze eeuwig zijn.”

Ook interessant voor jou!