Ik, de leugenaar (maar ik ben niet de enige) (2)

Ik, de leugenaar (maar ik ben niet de enige) (2)

Zelfkenner gezocht (met ervaring in liegen)

Beste doorprikker van illusies,

Er is nieuws. Of beter gezegd: er is oud nieuws dat je liever niet hoort, maar dat je wél verdient.

Want je dacht dat je keuzes maakt. Dat je aan het stuur zit van je leven, je moraal, je relaties en je gezonde eetpatroon (behalve die ene zak chips). Maar wat als ik je zeg dat je meer op een figurant lijkt, die achteraf z’n eigen scènes probeert te duiden met een script dat hij pas ná de aftiteling in handen krijgt?

In mijn nieuwste essay – “Ik, de leugenaar (maar ik ben niet de enige)” – neem ik je mee op een ontdekkingsreis langs de rafelranden van je bewustzijn. Of beter gezegd: langs de decorstukken van een toneelstuk dat je ‘jezelf’ noemt. Met hoofdrollen voor zelfbedrog, evolutionaire schijnbewegingen en dat geniepige brein van je dat liever troost dan waarheid serveert.

Met gidsen als Dennett, Trivers, Damasio, Wilson, Barrett en Dehaene wandelen we door het cartesiaanse theater, langs de kleedkamers van je zelfbeeld, en eindigen we bij de spreekstalmeester die we “bewustzijn” noemen – een woordvoerder zonder portefeuille.

Een waarschuwing is op z’n plaats: dit essay is géén zelfhulp. Je wordt niet gelukkiger, wijzer of moreel superieur van deze tekst. Wellicht iets wantrouwiger. Misschien wat milder. En heel misschien – als je durft – iets eerlijker in je eigen bedrog.

Laat je ego thuis, trek iets makkelijks aan, en vergeet niet:
het brein liegt niet… het reconstrueert selectief met evolutionaire bijbedoeling.

Met cognitieve groet,
Peter Koopman
(onverbeterlijk eerlijk over zijn eigen zelfbedrog)

(maar ik ben niet de enige)

Over zelfbedrog als evolutionaire overlevingsstrategie

We denken dat we bewust kiezen, handelen en besluiten. Dat we aan het roer staan van onze morele overtuigingen, relaties, gewoonten, prestaties en missers. Maar wie goed kijkt, ziet een pijnlijker werkelijkheid: we zijn scenario-acteurs met een beroerd script, geschreven door processen die we niet begrijpen, niet herkennen en liever ontkennen. Dit essay is een sluiproute naar de waarheid achter het bewustzijn, en daarmee een frontale aanval op het hardnekkige idee van de mens als een rationeel, zelfsturend wezen. Laat me je voorstellen aan de werkelijke hoofdrolspelers: illusie, zelfbedrog en evolutionaire misleiding.

1. Inleiding – De sloophamer van de rede

Het is niet prettig om bedrogen te worden. Maar het is nog veel erger wanneer de bedrieger in jou woont – en zijn handen tot in je limbisch systeem heeft. Elke poging tot introspectie, elk streven naar ‘zelfkennis’, elk ‘dat ben ik nu eenmaal’-moment is doordrenkt van narratief denken, van wensbeelden, van confabulatie. Filosofen morrelen al eeuwen aan de notie van het ‘zelf’, maar pas sinds de opkomst van de cognitieve neurowetenschap begint het fundament écht te kraken. Wie zijn wij, als we niet zijn wie we denken te zijn?

Het uitgangspunt van dit essay is even brutaal als noodzakelijk: het ‘zelf’ is grotendeels een post-hocverhaal. Een afwasbare pleister op een barstend brein dat probeert samenhang te suggereren waar chaos heerst. Gedachten zijn vaak niet de oorzaak van gedrag, maar de rechtvaardiging achteraf. Emoties? Getriggerde neurofysiologische stormen die we pas na de bliksemflits van betekenis voorzien. En keuzes? Die zijn meestal al gemaakt voordat we ze ‘bewust’ overwegen.

Wat volgt, is een wandeling langs de rand van onze zelfconstructie. Met Dennett, Trivers, Damasio, Wilson, Barrett en Dehaene als gidsen. En met de vraag: als het bewustzijn een verteller is, wie schrijft dan zijn tekst?

2. De illusie van de innerlijke regisseur – Daniel Dennett en het cartesiaanse theater

Daniel Dennett (1991) stelt dat veel mensen onbewust geloven in wat hij het ‘cartesiaanse theater’ noemt: een soort mentale bioscoop waar onze innerlijke ik – een mini-ikje – alle binnenkomende indrukken bekijkt en betekenisvol verwerkt. Deze dualistische fictie is verleidelijk omdat het past bij onze ervaring: het lijkt alsof er een centrale waarnemer is die beslissingen neemt, reflecteert en handelt. Maar neurologisch gezien is er nergens in het brein zo’n regisseur te vinden. Bewustzijn is geen centraal punt, maar een dynamisch, decentraal proces.

Dennett’s model van ‘multiple drafts’ suggereert dat er continu talloze verwerkingsprocessen parallel lopen, waarvan slechts enkele in het globale werkgeheugen belanden en post-hoc een narratief krijgen. Wat wij ervaren als ‘mijn keuze’ is vaak het resultaat van een cascade van onbewuste evaluaties, associaties en schattingen. Het ‘ik’ is een virtuele constructie. Zoals hij zelf zegt: “the self is a center of narrative gravity”. Een fictie dus – maar een nuttige.

De sloophamer van Dennett kraakt het ego en het idee van een consistent zelfbeeld. En daarmee biedt hij ruimte voor een evolutionair psychologische reconstructie: als het zelf een verhaal is, waarom vertelt het dan zulke rooskleurige leugens?

3. Zelfbedrog als overlevingsstrategie – Robert Trivers’ briljante verraad

Niemand legde de biologische wortels van zelfbedrog zo genadeloos bloot als Robert Trivers (2000). Zijn these is eenvoudig maar revolutionair: we bedriegen onszelf zodat we anderen beter kunnen misleiden.

Eerlijkheid is sociaal riskant. In het evolutionaire krachtenveld van groepsdynamiek, voortplanting en status is een beetje bluffen vaak nuttig – maar alleen als je het overtuigend doet. En het overtuigendst lieg je als je zélf gelooft in de leugen. Daarom heeft de natuur mechanismen geselecteerd die ons in staat stellen om eigen motieven te verbloemen, mislukkingen te rationaliseren, intenties te herinterpreteren en selectief te vergeten. Zoals Trivers het stelt: “the conscious mind exists to create plausible deniability.”

Zelfbedrog is dus geen bug, maar een feature. Het reduceert cognitieve dissonantie, beschermt tegen depressie, en maakt het makkelijker om sociaal overeind te blijven in een context vol competitie en schaarste. Ironisch genoeg is het dus rationeel om irrationeel te zijn – als het maar strategisch is.

4. De onderbewuste autocue – Timothy Wilson over scripts die we geloven

Timothy D. Wilson (2002), auteur van Strangers to Ourselves, sluit aan bij Trivers, maar voegt een psychologisch perspectief toe. Hij stelt dat het grootste deel van ons gedrag gestuurd wordt door onbewuste systemen – heuristieken, associaties, priming – die niet toegankelijk zijn voor introspectie. Ons bewustzijn krijgt slechts een samenvattend script voorgeschoteld dat het gedrag achteraf plausibel moet maken.

Denk aan waarom je iemand aantrekkelijk vindt, waarom je boos wordt, waarom je een aankoop doet of je baan opzegt. De ‘reden’ die je geeft, is meestal niet de werkelijke oorzaak, maar een plausibele verklaring achteraf. Het brein haat leegte en willekeur; het fabriceert liever een slecht verhaal dan géén verhaal.

Zelfkennis is dus fundamenteel beperkt. De menselijke geest is niet ontworpen om zichzelf objectief te observeren, maar om sociale coherentie te simuleren. Of, zoals Wilson zegt: “We are not the ones who know ourselves best – others often see us more accurately.”

5. Voelen voordat je denkt – Antonio Damasio en de belichaamde geest

Antonio Damasio (1994, 1999) stelt dat emoties en gevoelens geen ‘irrationele’ verstoringen zijn van cognitief denken, maar juist de basis vormen van onze besluitvorming. In Descartes’ Error laat hij zien hoe schade aan emotie-regulerende hersengebieden leidt tot ernstige stoornissen in gedrag en keuzes – ook al blijven het IQ en logische vermogen intact.

Zijn centrale idee: het brein is geen losgekoppeld denkorgaan, maar een integraal deel van een lichamelijk systeem dat voortdurend homeostatische signalen verwerkt. Bewuste keuzes zijn geworteld in gevoelstoestanden, fysiologische reacties en ‘somatische markers’. We voelen voordat we denken. Sterker nog: zonder gevoel kunnen we niet denken.

Wat Damasio toevoegt aan het verhaal over zelfbedrog, is de fysiologische realiteit ervan. We geloven in onze rationalisaties omdat ze resoneren met lichamelijke sensaties. Authenticiteit wordt verward met affectieve bevestiging. Oftewel: iets ‘voelt waar’ – dus het zal wel kloppen.

6. Constructing Reality – Lisa Feldman Barrett en de voorspellingstheorie van emotie

Barrett (2017) breekt radicaal met het klassieke idee dat emoties universeel, biologisch vastgelegd en herkenbaar zijn. Volgens haar is een emotie geen detectie, maar een constructie. Het brein voorspelt continu wat er gaat gebeuren en past sensorische input aan op basis van eerdere ervaringen. Emoties zijn het resultaat van die voorspellende modellen – gecontextualiseerde concepten.

Deze theorie impliceert dat wat we voelen niet zozeer de werkelijkheid weerspiegelt, maar onze verwachtingskaders. En dat verklaart waarom we zo goed zijn in zelfbedrog: het brein bevestigt zijn eigen voorspellingen en negeert inconsistenties.

Zelfbedrog is hier dus een epifenomeen van het voorspellend brein: een systeem dat liever consistent is dan accuraat. Want accuratesse kost energie, en energieverbruik is – evolutionair gezien – een luxe.

7. Het bewustzijn als achteraf-spreekstalmeester – Stanislas Dehaene en de illusie van controle

Dehaene (2014) beschrijft in Consciousness and the Brain hoe het bewustzijn ontstaat uit een globaal netwerk van hersengebieden die in staat zijn tot wat hij ‘amplificatie en broadcasting’ noemt. Pas wanneer een prikkel sterk genoeg is en relevant wordt geacht, ‘dringt’ deze door tot het globale werkgeheugen en wordt deze ‘bewust’ ervaren.

Maar hier komt de ironie: die doorbraak vindt vaak plaats nadat de beslissing al op onbewust niveau genomen is. Wij zijn dus bewust van iets, niet de oorzaak van iets. Het bewustzijn is geen leider, maar een woordvoerder zonder stemrecht. Een voorlichter met een draaiboek van gisteren.

Dehaene’s onderzoek laat zien dat het gevoel van vrije wil, intentionele controle en rationaliteit neurologisch gezien een constructie is. En dat verklaart ook waarom we zo overtuigd kunnen zijn van onze ‘goede bedoelingen’ – zelfs als we sabotage plegen, onszelf saboteren of andermans grenzen overschrijden.

8. Van sloophamer naar strategie – implicaties voor gedragsverandering en training

Als het bewustzijn grotendeels achteraf rationaliseert, dan heeft het weinig zin om gedragsverandering te benaderen via puur bewuste voornemens. Intenties zijn vluchtig. Wilskracht is eindig. Wat telt, zijn structurele veranderingen in context, gewoonten, triggers, en lichaamstoestanden.

Voor sportcoaches, therapeuten, docenten en leiders impliceert dit:

  • Train context, niet alleen inhoud – Want gedrag is situatie- en omgevinggebonden.
  • Gebruik rituelen, niet alleen regels – Want het lichaam onthoudt beter dan het brein.
  • Stimuleer affectieve betrokkenheid, niet alleen cognitieve overtuiging – Want gevoel is de poort naar gedrag.
  • Wees wantrouwig tegenover ‘inzicht’ als doel op zich – Inzicht is zelden oorzaak van verandering, meestal gevolg.

Zelfbedrog is geen stoornis maar standaard. De sleutel is dus niet het ‘overwinnen’ ervan, maar het slim inzetten en doorzien ervan. Zolang we blijven denken dat ‘bewustzijn’ hetzelfde is als controle, blijven we in de valkuil stappen die we zelf gegraven hebben.

9. Slot – De mens als kronkelend, voorspellend, bedriegend beestje

We zijn geen rationele wezens die af en toe irrationeel zijn. We zijn irrationele wezens die af en toe een rationeel verhaal verzinnen. De mens is een zelfvoorspellend systeem, gevangen in narratieven, fysiologie en evolutionaire shortcuts.

Maar dat betekent niet dat we hulpeloos zijn. Wie het zelfbedrog herkent, hoeft het nog niet te verwerpen. Wie zijn onbewuste processen serieus neemt, kan ze beter regisseren. En wie inziet dat ‘ik’ slechts een toneelstuk is, kan eindelijk besluiten welk genre hij wil spelen.

Want soms is het beter een eerlijke leugenaar te zijn dan een eerbiedwaardige dwaas.

Literatuurlijst (APA-stijl)

  • Barrett, L. F. (2017). How emotions are made: The secret life of the brain. Houghton Mifflin Harcourt.
  • Damasio, A. R. (1994). Descartes’ error: Emotion, reason, and the human brain. Putnam.
  • Damasio, A. R. (1999). The feeling of what happens: Body and emotion in the making of consciousness. Harcourt Brace.
  • Dehaene, S. (2014). Consciousness and the brain: Deciphering how the brain codes our thoughts. Viking.
  • Dennett, D. C. (1991). Consciousness explained. Little, Brown and Co.
  • Trivers, R. (2000). The elements of a scientific theory of self-deception. Annals of the New York Academy of Sciences, 907, 114–131.
  • Wilson, T. D. (2002). Strangers to ourselves: Discovering the adaptive unconscious. Harvard University Press.

Ook interessant voor jou!