Beste lezer,
Dit essay is geen oproep, geen advies en geen pleidooi.
Het is een beschrijving van een mechanisme dat zelden benoemd wordt omdat het ongemakkelijk is.
Het gaat over afbouw.
Over het feit dat organismen sneller snoeien dan opbouwen.
Over waarom seksuele motivatie, fitheid en voortplanting verdwijnen in precies die samenlevingen die zichzelf als veilig, vrij en welvarend beschouwen.
Het essay verbindt persoonlijke ervaring aan biologische logica en plaatst die vervolgens tegenover moraal en staatsbelang. Niet om te provoceren, maar om iets zichtbaar te maken wat meestal onder slogans en goedbedoelde framing verdwijnt.
Wie hierin een oordeel zoekt, zal het niet vinden.
Wie hierin zichzelf herkent, hoeft daar niets mee te doen.
Wie het niet herkent, kan het rustig laten liggen.
Lees dit niet als bekentenis, en zeker niet als aanbeveling.
Lees het als wat het is: een consequentie.
Peter Koopman
Dit essay is geen pleidooi, geen advies en geen herkenningszoektocht. Het beschrijft een consequentie. Wie zich hierin niet herkent, hoeft zich niet aangesproken te voelen.
Snoeien, Fitheid en het Verdwijnen van de Toekomst
De mens snoeit sneller dan hij opbouwt. Niet uit luiheid, maar uit intelligentie. In de embryonale fase en de vroege jeugd wordt er overvloedig aangemaakt: neuronen, verbindingen, mogelijkheden. Daarna begint het echte werk. Wat niet wordt gebruikt, verdwijnt. Niet omdat het slecht is, maar omdat het duur is. Het organisme is geen romanticus; het is een boekhouder.
Dat snoeien beperkt zich niet tot het brein. Spieren, hormonale gevoeligheid, motivatie, zelfs verlangens worden afgebouwd wanneer zij hun functie verliezen. Opbouw is traag, afbraak is snel. Dat is geen tekortkoming, maar een veiligheidsmechanisme. Opbouw vraagt zekerheid over de toekomst; afbraak reageert op het heden.
Ik heb mijn leven grotendeels besteed aan intensief sporten. Decennia van training leverden een specifieke fitheid op die zelden voorkomt en nog zeldzamer wordt begrepen. Niet alleen spierkracht of uithoudingsvermogen, maar een toestand van lichamelijke betrouwbaarheid. Het lichaam deed wat het moest doen, zonder aarzeling, zonder falen, zonder bijgedachten.
Daar hoorde ook een seksuele bereidheid bij die ik lang als vanzelfsprekend beschouwde. Een erectie was er altijd. Falen was onbekend terrein. Later vernam ik dat dit “niet gangbaar” was. Dat verbaasde me oprecht. Niet omdat ik mij uitzonderlijk waande, maar omdat het nooit als prestatie had gevoeld. Het was een bijproduct van fitheid en zorgeloosheid.
Belangrijker nog: het orgasme was niet het hoogst haalbare. De kern lag elders. In effect. In controle. In het vermogen de ander iets te laten ervaren. Aandacht, overgave, afhankelijkheid — macht, zonder het woord uit te spreken. Seks functioneerde hier niet als ontlading, maar als arena. Een speelveld waarin competentie zichtbaar werd. Strijd, maar dan intiem.
Dat alles veranderde toen ik zo’n vijftien jaar geleden besloot seksuele interactie principieel af te sluiten. Niet uit misantropie of ascese, maar uit een verlangen naar rust. Ik wilde vrij kunnen spreken, grappen maken, handelen zonder bijbedoelingen. Geen karikatuur worden. Geen gevangene van drift.
Wat ik toen niet begreep — en pas veel later inzag — is dat ik niet alleen gedrag had afgezworen, maar ook verwachting. Fantasie. Projectie. De mogelijkheid dat er iets zou kunnen gebeuren. En het organisme maakt geen onderscheid tussen “bewust opgegeven” en “onmogelijk geworden”. Wat principieel niet meer kan plaatsvinden, hoeft ook niet meer voorbereid te worden.
Daarmee verdween iets fundamentelers dan seks: de toekomst waarin fitheid zin had.
Het lichaam traint niet voor abstracte gezondheid. Het traint voor kansen. Voor situaties waarin beschikbaarheid loont. Voor arena’s waarin inzet betekenis heeft. Wanneer die arena’s verdwijnen, wordt fitheid economisch gedrag. Onderhoud. Zuinigheid. Afbouw. Niet depressie, niet apathie — maar rationele herverdeling.
De altijd beschikbare erectie verdween niet omdat ik ouder werd, maar omdat zij functioneel overbodig werd. Het systeem schroefde af wat niet langer nodig was. Zoals spieren verdwijnen zonder belasting. Zoals neurale paden vervagen zonder gebruik. Zoals verlangen verdampt wanneer er niets meer te verwachten valt.
Dit alles is geen tragedie. Het is ook geen pleidooi voor herstel, inhalen of herleving. Het is een constatering. Een waarneming achteraf. Empirisch, niet emotioneel.
Wat pijnlijk is, is niet het verlies van seks. Wat pijnlijk is, is het inzicht dat zelfs extreme fitheid betekenisloos wordt zonder toekomstverwachting. Dat hoop — hoe onuitgesproken ook — een biologische brandstof is. En dat wie haar doelbewust uitschakelt, niet alleen rust oogst, maar ook afbouw.
Misschien is dat de ware verlichting: niet de bevrijding van drift, maar het doorzien van haar functie. Niet haar verheerlijking, maar haar plaatsbepaling. Seks als doel is overschat. Seks als structurerende verwachting wordt structureel onderschat.
Het lichaam gelooft geen principes. Het gelooft herhaling. Mogelijkheid. Kans.
En wanneer die verdwijnen, snoeit het zonder pardon.
Darwin zou dit herkennen.
De rest noemt het persoonlijk.
Van individuele afbouw naar collectieve frictie
Tot dit punt kan de beschreven afbouw worden gelezen als een individuele consequentie: het organisme dat, bij wegvallen van verwachting en arena, zijn investering terugschroeft. Seksuele motivatie verdwijnt niet door morele keuze, maar door verlies aan functie. Wat structureel meer kost dan oplevert, wordt gesnoeid. Dat geldt voor spiermassa, voor gedrag — en voor verlangen.
Wanneer dit mechanisme echter niet incidenteel, maar massaal optreedt, schuift het probleem van het persoonlijke naar het maatschappelijke niveau. Precies daar ontstaat de schijnbare paradox die in welvaartsamenlevingen zo hardnekkig wordt benoemd: in een wereld van veiligheid, overvloed en keuzevrijheid nemen seksueel gedrag en geboortes af.
Dat is geen afwijking van de regel, maar de uitvoering ervan.
Welvaart als context van negatieve reproductieve ROI
In een context waarin voedselzekerheid vanzelfsprekend is, levensgevaar zeldzaam en voortplanting losgekoppeld van religieuze dwang of accidentele zwangerschap, verandert de kosten-batenverhouding fundamenteel. Seks verliest haar strategische zwaarte. Wat resteert is seks als optie, als expressie, als tijdsbesteding — en precies dát type gedrag wordt als eerste ROI-negatief zodra energie economischer moet worden ingezet.
Voor het individu is de rekensom helder:
- kinderen kosten tijd, energie en autonomie
- leveren geen directe zekerheid meer op
- verhogen complexiteit in plaats van robuustheid
Voortplanting verschuift daarmee van noodzaak naar luxegoed. En luxe wordt, biologisch gezien, alleen onderhouden zolang de toekomstverwachting dit rechtvaardigt.
Wat hier zichtbaar wordt, is dezelfde logica die eerder werd beschreven bij de individuele afbouw van fitheid en seksuele bereidheid, nu uitvergroot tot populatieniveau. De organismen rekenen correct.
Moraal als noodverband
Op dit punt treedt moraal naar voren. Niet als gids, maar als reparatiemiddel. Seksuele vrijheid wordt cultureel gevierd, maar zodra de demografische consequenties zichtbaar worden, verandert de toon. Dan verschijnen begrippen als verantwoordelijkheid, solidariteit en plicht aan de toekomst. Moraal fungeert hier niet als oorsprong van gedrag, maar als correctiemechanisme wanneer biologisch rationeel gedrag botst met systeembehoefte.
Dat verklaart de innerlijke spanning van het hedendaagse discours: hetzelfde gedrag wordt tegelijk aangemoedigd en beklaagd. Vrijheid zolang zij geen gevolgen heeft; appel zodra de gevolgen voelbaar worden.
De staat rekent anders — en te laat
Waar het organisme rekent in energie, herstel en persoonlijke toekomst, rekent de staat in abstracties: demografische piramides, arbeidsmarkten, pensioenstelsels. Geboorte is voor de staat geen existentiële gebeurtenis, maar input. Dat verklaart waarom overheden in door economische groei gedomineerde culturen actief geboorte proberen te stimuleren.
Niet uit zorg voor het individu, maar uit noodzaak tot systeembehoud.
De ironie is dat dezelfde staat, via onderwijsverlenging, individualisering en risicoreductie, precies de omstandigheden heeft gecreëerd waarin voortplanting voor het individu structureel ROI-negatief wordt. Subsidies, toeslagen en campagnes veranderen die fundamentele rekensom niet. Een financiële prikkel herstelt geen toekomstverwachting.
Seksuele motivatie laat zich niet besturen
Hier raakt beleid zijn grens. Seksuele motivatie reageert niet op moraal, niet op slogans en niet op belastingvoordeel. Zij reageert op spanning, verwachting en betekenisvolle arena’s. Zodra die verdwijnen, wordt afbouw onvermijdelijk. Niet als protest, maar als aanpassing.
Wat men vervolgens observeert — minder seks, minder kinderen, meer uitstel — is geen decadentie en geen cultureel verval. Het is geslaagde adaptatie aan een veilige, voorspelbare wereld.
Dat deze adaptatie problematisch is voor systemen die op groei zijn gebouwd, maakt haar niet irrationeel. Het maakt haar slechts politiek ongemakkelijk.
Sluitende terugkoppeling
Wat op individueel niveau werd beschreven als het verdwijnen van seksuele drive na het wegvallen van verwachting, herhaalt zich collectief in de welvaartscontext. Afbouw is geen persoonlijk falen en geen maatschappelijk tekort, maar het logische eindpunt van een context waarin investering niet langer loont.
Waar strijd, seks en voortplanting structureel ROI-negatief worden, snoeit het organisme — individueel én collectief.
Dat dit botsingen oplevert met systemen die groei veronderstellen, is geen paradox. Het is een rekenfout aan de verkeerde kant.
Literatuurlijst
Evolutie, energie en afbouw
- Charles Darwin — On the Origin of Species
- Daniel Lieberman — The Story of the Human Body
- Herman Pontzer — Burn
Stress, homeostase en gedrag
- Robert Sapolsky — Why Zebras Don’t Get Ulcers
- Peter Sterling — Allostasis (diverse publicaties)
Motivatie, verwachting en afbouw
- Daniel Kahneman — Thinking, Fast and Slow
- Karl Friston — Free Energy Principle (artikelen)
Seksualiteit, macht en strategie
- David Buss — The Evolution of Desire
- Michel Foucault — The History of Sexuality
Demografie, welvaart en staat
- Hans Rosling — Factfulness
- United Nations — World Population Prospects
- OECD — Fertility & demographic reports
