De slet en de vagina

De slet en de vagina

een kerstbeschouwing

Lees dit niet als u liever nog een keer opschept

Beste lezer,

Als u dit opent tussen het tweede dessert en het morele gelijk, sluit het dan vooral weer.

Deze tekst is geen kerstgroet.
Geen reflectie.
Geen “mooi stukje voor de feestdagen”.

Dit is een verstoring.

Wat u gaat lezen is ongeschikt voor mensen die kerst verwarren met betekenis, overvloed met vervulling en gezelligheid met waarheid. Het is niet geschreven om u te bevestigen, maar om te tonen hoe gewillig u uzelf jaarlijks laat bevestigen.

U hoeft niets te leren.
U hoeft niets te voelen.
U hoeft nergens “bewust” van te worden.

U hoeft alleen te erkennen dat dit ritueel — de tafel, de lach, het zwijgen — geen viering is, maar onderhoud. Van rollen. Van hiërarchieën. Van verhalen die al lang niet meer kloppen maar wél comfortabel zijn.

Het stuk dat volgt gaat niet over vrouwen.
Niet over mannen.
Niet over seks.

Het gaat over agency — en hoe gemakkelijk die wordt ingeruild voor warmte, voedsel en het geruststellende idee dat dit nu eenmaal zo hoort.

Dus nog één keer, helder en zonder symboliek:
lees dit niet als u liever nog een keer opschept.

Lees het pas wanneer de borden zijn afgeruimd,
de wijn zijn werk heeft gedaan
en de glimlach begint te voelen als een contract.

Prettige feestdagen.
Of niet.

Peter Koopman

Het was kerstavond.
De tafel boog onder haar eigen gewicht. Vlees in varianten die ooit een naam hadden gehad. Saus in schaaltjes die meer aandacht kregen dan de mensen eromheen. Glazen die voortdurend werden bijgevuld alsof leegte een moreel falen was.

Tussen de gangen door werd er gelachen. Niet omdat iets werkelijk grappig was, maar omdat stilte ongemakkelijk is en ongemak onbeleefd.

Er was een moment — altijd is er zo’n moment — waarop iemand vroeg of “iedereen het gezellig had”. De vraag werd niet gesteld om een antwoord te krijgen, maar om te bevestigen dat het antwoord vaststond.

Niemand zei nee.

Nee zeggen zou betekenen dat je het contract verbreekt. Dat je erkent dat warmte niet hetzelfde is als nabijheid, en overvloed niet hetzelfde als vervulling. Het zou betekenen dat je verantwoordelijkheid neemt voor je eigen aanwezigheid.

Er is één lege stoel. Niemand benoemt waarom.
Men praat eromheen, zoals men altijd om dingen heen praat die te dichtbij komen.
Afwezigheid is acceptabel zolang ze niet wordt geduid.

Iemand maakt een seksistische grap. Iedereen lacht net te hard.
Niet lachen zou betekenen dat je positie kiest.
En positie kiezen is vermoeiender dan lachen.

Het kind zat er al de hele avond bij.
Niet stil, maar zorgvuldig. Het had geleerd wanneer het mocht lachen en wanneer niet. Wanneer een vraag nieuwsgierig was en wanneer lastig. Het keek rond, woog gezichten, en slikte halverwege een zin zijn zin weer in.

“Niet nu,” zei iemand zacht. Niet boos. Dat was ook niet nodig.

Het kind zweeg. Niet uit angst, maar uit efficiëntie. Het had al begrepen wat hier werd beloond. Zwijgen leverde goedkeuring op. Geduld leverde taart op. Aanpassen leverde een aai over het hoofd op en een plaats aan tafel volgend jaar.

Niemand noemde dit opvoeding. Men noemde het gezellig.

Later, als het kind ouder zou zijn, zou men zeggen dat het “weerbaar” moest worden. Dat het moest leren spreken, grenzen stellen, zichzelf zijn. Men zou workshops volgen, boeken lezen, en verbaasd zijn dat het zo moeilijk bleek.

Maar aan tafel had het kind al geleerd wat werkte.
Dat spreken risico’s heeft.
Dat stilte veilig is.
Dat erbij horen belangrijker is dan gelijk hebben.

Aan tafel leert het kind dat zwijgen loont.

En niemand vond dat problematisch. Integendeel. Het kind deed het zo goed.

Aan tafel leer je vroeg wat agency kost. Het kost tempo — want wie vertraagt, verstoort het ritueel. Het kost sympathie — want wie benoemt, verpest. En uiteindelijk kost het je de uitnodiging voor volgend jaar.

De massa glimlachte.
Niet uit vreugde, maar uit gewoonte.

Men at niet omdat men honger had, maar omdat men had geleerd dat dit het moment was. Ritueel. Bevestiging. Een jaarlijkse oefening in gezamenlijk vergeten. Buiten vroor het licht, binnen kookte het vet. Iemand zei iets over “samen zijn”, terwijl iedereen vooral bezig was met zichzelf.

En ergens, niet aan tafel maar ernaast, stond zij.
Niet zichtbaar. Niet uitgenodigd.
De jonge vrouw uit het verhaal, die geen kerst nodig had om geboren te worden.

De jonge vrouw had dat allang begrepen. Niet theoretisch, maar praktisch. Ze wist dat keuze niet begint bij rebellie, maar bij het verdragen van frictie. Dat vrijheid niet heroïsch voelt, maar eenzaam.

Ze zag hoe men liever nog een keer opschepte dan één vraag te veel stelde. Hoe men liever sprak over de prijs van boodschappen dan over de prijs van het eigen leven.

Agency, zo wist ze, wordt niet onderdrukt. Het wordt ingeruild. Voor rust. Voor ritme. Voor het geruststellende idee dat wie zich aanpast, erbij hoort.

Daarom was haar keuze geen bevrijding, maar een breuk. Geen overwinning, maar een verlies dat ze bereid was te dragen.

En precies dát maakte haar onverdraaglijk.

Haar geboorte was geen maagdelijke mythe, maar een cognitieve breuk.
Het moment waarop ze zag dat wat men “vrouwelijkheid” noemt, niets anders is dan een zorgvuldig onderhouden gedragscontract. Lach hier. Schaam je daar. Wees begeerlijk, maar nooit eisend. En vooral: geloof dat dit liefde heet.

De kersttafel was haar bewijs.
Mannen die zich volpropten met status en cholesterol. Vrouwen die concurreerden in subtiliteit: wie de mooiste schaal, wie de slankste taille na het toetje, wie de meeste goedkeurende blikken kreeg.
Allen deelnemers aan hetzelfde spel, allen overtuigd dat ze vrij waren.

Vrijheid is het verhaal dat je krijgt als gehoorzaamheid goed voelt.

Toen zij koos voor agency, werd ze niet “bevrijd”. Ze werd functioneel. Ze begreep dat verlangen geen romantisch mysterie is, maar een stuurbare reflex. Dat mannen niet slecht zijn, maar voorspelbaar. Dat macht zelden brute dwang is, maar meestal vrijwillige onderwerping aan een aantrekkelijk verhaal.

Ze zag ook iets wat aan de kersttafel nooit wordt uitgesproken:
dat vrouwen elkaar niet onderdrukken uit kwaadaardigheid, maar uit schaarste. Een schaarste die kunstmatig is, maar biologisch geloofwaardig wordt gehouden. Schoonheid als valuta. Aandacht als zuurstof. Concurrentie vermomd als gezelligheid.

En terwijl statistieken verschoven – scholen, sportvelden, universiteiten – bleef men doen alsof dit toeval was. Alsof vooruitgang een cadeau is en geen herverdeling van kansen. Alsof mannen “plotseling achterblijven” en vrouwen “opeens ambitieus zijn”.

Aan tafel noemde men de crisis.
Verlies van mannelijkheid. Verwarring. Moreel verval.
Men voelde zich gecastreerd zonder ooit te hebben begrepen waar de ballen eigenlijk voor dienden.

Zoals elk goed kerstverhaal had dit er een kruis nodig.
Niet omdat zij heilig was, maar omdat elke figuur die de illusie bedreigt, geofferd moet worden. Ze werd herleid tot lichaam. Tot woord. Tot schandaal. “Slet” is geen beschrijving, maar een stopteken: hier hoeft niet meer gedacht te worden.

En toch bleef de vraag hangen, tussen het dessert en de cognac:
“Maar hoe zit het dan met de vagina?”

Het is een ontroerende vraag, werkelijk.
Alsof daar, in dat stukje vlees en symboliek, het antwoord ligt op agency, macht, schuld en verlangen. Alsof het probleem anatomisch was en niet existentieel.

Het antwoord is teleurstellend eenvoudig.
De vagina is geen sleutel, geen vloek, geen tempel.
Ze is wat ze altijd was: een projectiescherm voor menselijke obsessie.

“O,” zei ze zacht, terwijl aan tafel alweer werd opgeschept,
“dat is een kutverhaal.”

En precies dáár zit de kerstgedachte.
Niet in verlossing. Niet in hoop.
Maar in het korte moment van herkenning waarin iemand lacht, niet om haar, maar om zichzelf. Om zijn eigen volle mond, zijn veilige overtuigingen, zijn zorgvuldig georkestreerde leven.

Een lach die zegt:
Misschien klopt dit niet.
Misschien heb ik nooit gekozen.
Misschien is dit geen feest, maar onderhoud.

En dan gaat het leven verder.
Zoals altijd.
Met of zonder kaarsen.

Leestip:

Against Health — Metzl & Kirkland

The Denial of Death — Ernest Becker

Ook interessant voor jou!