Waarom Instituties Altijd Verliezen van de Biologie
Hoofdstuk 4: DE ONVERANDERBARE MENS
Beste lezer,
Dit hoofdstuk is waarschijnlijk het minst comfortabel van deze reeks. Niet omdat het sensationeel is, maar omdat het een aanname onderuithaalt waar zowel onderwijs, justitie als zorg hun bestaansrecht aan ontlenen: het idee dat de mens fundamenteel veranderbaar is.
Hier leest u waarom dat slechts gedeeltelijk waar is. Waarom een aanzienlijk deel van menselijk gedrag geen keuze is, maar expressie van aanleg, constitutionele eigenschappen en diep verankerde voorkeuren. En waarom systemen die doen alsof alles te heropvoeden, herconditioneren of “bij te sturen” is, structureel teleurstellen.
Dit hoofdstuk gaat niet over vergoelijking en niet over moraal. Het gaat over een onderscheid waar instituties zelden mee uit de voeten kunnen: het verschil tussen wat iemand is en wat iemand doet. Gedrag kan worden geremd. Context kan worden aangepast. Risico kan worden verkleind. Maar eigenschappen laten zich niet herschrijven door beleid of therapie.
Wie dit hoofdstuk leest zal begrijpen waarom sommige interventies hoopvol worden genoemd maar zelden effectief blijken, en waarom het geloof in maakbaarheid vaak meer zegt over het systeem dan over de mens.
Lees dit niet met de vraag wat wenselijk is, maar wat mogelijk is.
De biologie heeft daar al lang antwoord op gegeven — ook al bevalt dat antwoord ons niet altijd.
Met onopgesmukte helderheid,
Peter
4. DE ONVERANDERBARE MENS
Wanneer Gedrag Eigenschap Is en Het Systeem in Ficties Gelooft
Er bestaat een hardnekkig geloof in de moderne rechtsstaat: dat de mens maakbaar is, dat gedrag herprogrammeerbaar is, dat wie ernstig grensoverschrijdend handelde met genoeg therapie, begeleiding en “heropvoeding” weer veilig terug kan keren in de samenleving.
Het is een geruststellend geloof.
Het is ook een vals geloof.
Het botst frontaal op de biologische werkelijkheid dat een deel van menselijk gedrag geen keuze is, maar constitutie— een stabiel patroon, een voorkeur, een predispositie, soms geboren uit neurobiologie, soms uit aanleg, maar altijd veel weerbarstiger dan het recht erkent.
En nergens wordt deze spanning zo zichtbaar als bij seksuele parafilieën zoals pedoseksualiteit.
1. De fout van justitie: voorkeur en daad zien als hetzelfde domein
Het recht ziet twee zaken als één:
- de voorkeur (niet strafbaar),
- het handelen naar de voorkeur (wel strafbaar).
Maar in zijn straf- en behandelmodel doet het alsof beide veranderbaar zijn.
Alsof iemand met therapie een andere seksuele voorkeur kan ontwikkelen.
Dat is even realistisch als iemand verliefd maken op een ander geslacht door een verplichte cursus empathie.
Voorkeuren zijn geen hoofdstuk in een boek dat herschreven kan worden.
Ze is een laag in de structuur.
Wat veranderbaar is, is gedrag — inhibitie, controle, remming, context.
Wat niet veranderbaar is, is de onderliggende aantrekkingskracht.
Zodra je dit onderscheid begrijpt, valt het hele TBS-systeem in een ander licht.
2. Seksuele voorkeur als eigenschap, niet als keuze
Tot 1975 stond homoseksualiteit nog in DSM-II als “ziekte.”
Vandaag de dag wordt ze terecht erkend als:
- stabiel,
- niet door therapie te veranderen,
- niet aangeleerd,
- niet af te leren,
- onderdeel van iemands constitutie.
Pedoseksualiteit is moreel, sociaal en juridisch onvergelijkbaar met homoseksualiteit —
maar psychologisch delen ze één structuur:
het is geen gedragskeuze, maar een voorkeur.
Voorkeuren:
- ontstaan vroeg,
- verankeren diep,
- zijn resistent tegen interventie,
- en zijn niet vrijwillig geselecteerd.
Therapie kan iemand leren niet te handelen naar zijn voorkeur.
Maar therapie kan de voorkeur zelf niet wissen.
Dat is biologie, geen sentiment.
3. TBS gaat uit van verandering waar geen plasticiteit is
TBS is gebouwd op een optimistische aanname:
de psyche is veranderbaar als je er maar genoeg aan werkt.
Dat is bij veel stoornissen deels waar:
- agressieregulatie,
- impulscontrole,
- emotiemanagement,
- persoonlijkheidsstructuren zijn gedeeltelijk trainbaar.
Maar parafilieën behoren tot een andere categorie:
- ze zijn niet ontstaan door trauma,
- ze zijn niet aangeleerd,
- ze zijn niet het gevolg van verkeerde keuzes,
- en ze verdwijnen niet met de juiste behandelvorm.
Je kunt gedrag remmen.
Je kunt risico verkleinen.
Je kunt zelfcontrole trainen.
Maar je kunt de onderliggende seksuele respons niet omvormen.
TBS behandelt daarom vooral de omgeving van de ontbrekende plasticiteit, niet de plasticiteit zelf.
4. De omgeving bepaalt het risico — niet de therapie
Dit is de essentie:
De voorkeur blijft bestaan;
de context bepaalt of iemand handelt.
Risico’s worden bepaald door:
- toegang tot slachtoffers,
- mate van toezicht,
- sociale steun,
- controle-infrastructuur,
- sociale consequenties van overtreding,
- beschikbare copingstrategieën,
- stabiliteit van de leefomgeving.
Een pedoseksueel die nooit in de buurt van kinderen komt, blijft pedoseksueel,
maar is in die context geen risico.
Een pedoseksueel in een chaotische omgeving, zonder toezicht, met stress en gebrek aan structuur,
heeft een veel hoger recidiverisico.
De context is krachtiger dan de therapie.
De biologie is sterker dan de bedoeling.
5. De arrogantie van maakbaarheid
De rechtsstaat houdt vast aan een verheven, maar misplaatst idee:
“Wij kunnen de mens heropvoeden.”
Het klinkt mooi, progressief, humaan, rationeel zelfs.
Maar het is evolutionair ongefundeerd en psychologisch onzinnig.
Je kunt iemand niet “opvoeden” tot een andere seksuele voorkeur,
net zomin als je iemand via straf heteroseksueel of homoseksueel kunt maken.
Voor een deel van de mens is gedrag een keuze,
maar voor een ander deel is gedrag een expressie van diepe, niet-aanpasbare voorkeuren.
Justitie probeert te veranderen wat niet verandert,
en negeert wat wél veranderbaar is: risico-omgeving en gedragsremming.
6. De morele fout: intentie verwarren met structuur
We moraliseren graag:
- “Hij moet herstellen.”
- “Hij moet veranderen.”
- “Hij moet genezen.”
- “Hij moet leren.”
Maar dit zijn normatieve wensen.
Geen biologische mogelijkheden.
Het organisme kan niet worden gedwongen tot een nieuwe constitutie.
Het organisme kan alleen leren omgaan met zijn eigen constitutie.
TBS faalt wanneer het de constitutie zelf probeert te veranderen.
TBS werkt enigszins wanneer het de omgeving van die constitutie verandert.
7. Wat dit zegt over het gehele essay
Dit subhoofdstuk bewijst op extreme wijze de centrale stelling van het essay:
Systemen falen wanneer ze gedrag willen veranderen dat biologisch niet veranderbaar is.
- Onderwijs faalt omdat de verandering eist zonder noodzaak.
- Justitie faalt omdat het risico wil sturen zonder pakkans.
- TBS faalt omdat het eigenschappen wil veranderen die geen plasticiteit hebben.
In al deze gevallen gedraagt het systeem zich alsof de mens een kleiblok is.
Maar de mens is een organisme, geen sculptuur.
Het organisme laat zich hoogstens temmen — nooit herscheppen.
Literatuurlijst
Ainsworth, M. D. S. (1989). Attachments beyond infancy. American Psychologist, 44(4), 709–716.
Alexander, F. (1950). Psychoanalysis and Crime. New York, NY: Farrar & Rinehart.
Arendt, H. (1958). The Human Condition. Chicago, IL: University of Chicago Press.
Baumeister, R. F., & Tierney, J. (2011). Willpower: Rediscovering the Greatest Human Strength. New York, NY: Penguin Press.
Becker, E. (1973). The Denial of Death. New York, NY: Free Press.
Bloom, P. (2016). Against Empathy: The Case for Rational Compassion. New York, NY: Ecco.
Bowlby, J. (1982). Attachment and Loss: Vol. 1. Attachment (2nd ed.). New York, NY: Basic Books.
Buss, D. M. (2015). Evolutionary Psychology: The New Science of the Mind (5th ed.). New York, NY: Psychology Press.
Carlsmith, K. M., Darley, J. M., & Robinson, P. H. (2002). Why do we punish? Deterrence and just deserts as motives for punishment. Journal of Personality and Social Psychology, 83(2), 284–299.
Cialdini, R. B. (2009). Influence: Science and Practice (5th ed.). Boston, MA: Pearson.
Clark, A. (2016). Surfing Uncertainty: Prediction, Action, and the Embodied Mind. Oxford: Oxford University Press.
Crews, F. (2017). Freud: The Making of an Illusion. New York, NY: Metropolitan Books.
Damasio, A. R. (1994). Descartes’ Error: Emotion, Reason, and the Human Brain. New York, NY: Putnam.
Darwin, C. (1877). The Descent of Man and Selection in Relation to Sex. London: John Murray.
Dawkins, R. (1976). The Selfish Gene. Oxford: Oxford University Press.
Douglas, T., & Devolder, K. (2013). Moral enhancement and legal responsibility: The potential of direct interventions. Criminal Law and Philosophy, 7, 267–282.
Eisenberg, N. (2000). Emotion, regulation, and moral development. Annual Review of Psychology, 51, 665–697.
Feldman Barrett, L. (2017). How Emotions Are Made: The Secret Life of the Brain. New York, NY: Houghton Mifflin Harcourt.
Foucault, M. (1977). Discipline and Punish: The Birth of the Prison. New York, NY: Vintage Books.
Gazzaniga, M. S. (2011). Who’s in Charge? Free Will and the Science of the Brain. New York, NY: HarperCollins.
Girard, R. (1977). Violence and the Sacred. Baltimore, MD: Johns Hopkins University Press.
Gottfredson, M. R., & Hirschi, T. (1990). A General Theory of Crime. Stanford, CA: Stanford University Press.
Haidt, J. (2012). The Righteous Mind: Why Good People Are Divided by Politics and Religion. New York, NY: Pantheon Books.
Harris, G. T., Rice, M. E., & Quinsey, V. L. (1998). Actuarial assessment of risk among sex offenders. Psychological Assessment, 10(2), 221–237.
Hoffman, D. D. (2019). The Case Against Reality: Why Evolution Hid the Truth from Our Eyes. New York, NY: W. W. Norton.
Illich, I. (1971). Deschooling Society. New York, NY: Harper & Row.
Illich, I. (1976). Medical Nemesis: The Expropriation of Health. New York, NY: Pantheon.
Kahneman, D. (2011). Thinking, Fast and Slow. New York, NY: Farrar, Straus and Giroux.
Kandel, E. R. (2016). Reductionism in Art and Brain Science: Bridging the Two Cultures. New York, NY: Columbia University Press.
Laws, D. R., & O’Donohue, W. T. (2008). Sexual Deviance: Theory, Assessment, and Treatment (2nd ed.). New York, NY: Guilford Press.
Lieberman, D. (2013). The Story of the Human Body: Evolution, Health, and Disease. New York, NY: Pantheon Books.
Metzinger, T. (2009). The Ego Tunnel: The Science of the Mind and the Myth of the Self. New York, NY: Basic Books.
Miller, G. (2009). Spent: Sex, Evolution, and Consumer Behavior. New York, NY: Viking.
Pinker, S. (2011). The Better Angels of Our Nature. New York, NY: Viking.
Prentky, R. A., & Barbaree, H. E. (1997). Classification of Sexual Disorders. Thousand Oaks, CA: Sage.
Quinsey, V. L., Harris, G. T., Rice, M. E., & Cormier, C. A. (2006). Violent Offenders: Appraising and Managing Risk(2nd ed.). Washington, DC: APA Press.
Sapolsky, R. M. (2017). Behave: The Biology of Humans at Our Best and Worst. New York, NY: Penguin Press.
Schönfeld, B., & Stevenson, J. (2001). Paraphilia and sexual offending. Journal of Sexual Aggression, 7(3), 13–23.
Taleb, N. N. (2012). Antifragile: Things That Gain from Disorder. New York, NY: Random House.
Taleb, N. N. (2010). The Black Swan: The Impact of the Highly Improbable (2nd ed.). New York, NY: Random House.
Tomasello, M. (2014). A Natural History of Human Thinking. Cambridge, MA: Harvard University Press.
Wilson, E. O. (1975). Sociobiology: The New Synthesis. Cambridge, MA: Harvard University Press.
Wright, R. (1994). The Moral Animal: Why We Are the Way We Are. New York, NY: Vintage.
Zimbardo, P. G. (2007). The Lucifer Effect: Understanding How Good People Turn Evil. New York, NY: Random House.
